Het Catastrofale

Het Catastrofale

 

 

Recensie van Dirk de Schutter: Het catastrofale. Essay over de eindigheid, Zoetermeer, Uitgeverij Klement | Pelckmans 2014, ISBN Nederland: 978 90 8687 144 5, ISBN België: 978 90 289 7955 0, Prijs: 22.95.

 

Het vertrouwen in de dood is weg. Men gelooft niet meer dat de dood tot iets leidt. Wie gelooft nog dat als hij dood gaat God zal zien of met de Heiland zal worden verenigd, dat er een Laatste Oordeel zal zijn, of dat hij zal terug keren in een andere gedaante? Wie gelooft nog in de anamnese? Wie denkt nog na de dood de Idee te zullen schouwen zoals hij dat voor de geboorte ook heeft gedaan? Christendom en Platonisme hebben ondanks hun grandioze visie op de mens en op wat hem overstijgt aan invloed ingeboet en worden hoe langer hoe meer als afgedaan beschouwd.

 

Biedt het pantheïsme van Spinoza of het heidense humanisme van de klassieke Duitse literatuur nog een oplossing? In Hölderlins toneelstuk Der Tod des Empedokles (rond 1800) wil de titelheld zich in de Etna storten om één te worden met de natuur en zo herboren te worden. Hij vertrouwt op de reïncarnatie, maar wie van ons gelooft in zielsverhuizing en wedergeboorte, en voor wie van ons is de natuur nog iets dan ons kan zuiveren en reinigen? Ook Spinoza, Goethe of Hölderlin worden tegenwoordig niet meer als een serieuze alternatieve wereldbeschouwing beschouwd, hetgeen zij zeker in de eerste helft van de twintigste eeuw voor velen wel zijn geweest.

 

De rijke erfenis van de metafysica is de afgelopen anderhalve eeuw razendsnel verdampt. Het is nog nauwelijks uit te leggen dat andere mensen in andere tijden anders over de dood hebben gedacht. Wij zijn de symbolische uitwisseling met de dood kwijt. Voor ons gebeurt er niets meer aan de andere oever. Daarom proberen wij zo lang mogelijk te leven en proberen wij alle levensbedreigende risico’s uit te sluiten.

 

Dat gaat ons zeer goed af. Kinderen die nu geboren worden hebben een goede kans honderd jaar of ouder te worden. Een enorme triomf voor de medische wetenschap. Wij worden niet meer ziek, en zelfs bij de tandarts voelen we geen pijn meer. Logisch dat mensen vroeger zo veel met de dood bezig waren, want zij werden allemaal ziek en stierven veel jonger dan wij. Bovendien stierven al veel kinderen bij de geboorte. De dood is een antiquarisch onderwerp. Een boek over de dood  is passé.

 

Nu zijn er natuurlijk altijd wel een paar mensen die deze verdwijning van de dood verdacht vinden. Een van hen is de filosoof Dirk De Schutter (1954). Hij is heel radicaal in zijn verdenking. In zijn ogen is de verdwijning van de dood in onze maatschappij het rechtstreekse succes van totalitair denken en dictatuur. In de kampen heeft men de mensen de dood afgepakt. Men heeft weten te voorkomen dat zij hun leven tot inzet van hun vrijheid konden maken en zo ieder verzet in de kiem gesmoord.

 

Dat werkt nog steeds door. Met dit verzet is ook de mogelijkheid verdwenen iets van zijn eigen dood te vinden, een opvatting over zichzelf te hebben met het oog op het eigen einde. Hier ergens begint het denken van De Schutter. Zijn vraag luidt: hoe geef ik de mensen hun dood terug en daarmee de mogelijkheid te worden wie zij zijn?

 

In een even erudiet als helder geschreven betoog mobiliseert hij het denken van een groot aantal schrijvers en filosofen om uit de impasse te komen waarin wij volgens hem verkeren. Hij beroept zich vooral op Hölderlin, Nietzsche en Heidegger, maar ook andere auteurs zijn belangrijk voor hem. Met hen wil hij ons ervan bewust maken “dat de sociale ellende, de politieke verwarring, de stompzinnigheid van de media, het failliet van de godsdiensten, de radeloosheid van de wetenschappen , de crisis van de instellingen, de epidemische gedachteloosheid wijzen op een catastrofale nood – de nood dat de menselijke existentie in leegte zwerft. Bedreigender dan deze nood is het hedendaagse gevoel alles onder controle te hebben, het gevoel dus boven alle nood verheven te zijn.” (p. 75-76).

 

Het catastrofale in de titel van zijn boek is dus niet het rampzalige van ontsporingen zoals wij die uit de Griekse tragedie of uit de rampen van onze tijd kennen. Nee het catastrofale is dat wij niet willen nadenken over alles, wat mis gaat behalve dan in termen van risico’s calculeren en verzekeren. In deze zin is de mens de catastrofe zelf. De Schutter wil aandacht voor wat wij niet onder controle hebben en wil een taal ontwikkelen om te spreken over dingen die wij niet in de hand hebben en buiten ons gezichtsveld willen houden.

 

In dezelfde mate waarin wij de dood verdringen, verdringen wij het nihilisme. En dat is begrijpelijk omdat het niets in beide tegelijk aanwezig en werkzaam is. Daarbij heeft het niets nog nooit iemand geschaad (Antonin Artaud). Nihilisme is het inzicht dat er geen laatste grond is, dat er uiteindelijk geen doorslaande redenen zijn om iets wel of niet te doen. Dat is het metafysische aspect ervan. Het politieke aspect is dat een maatschappij als de onze lijdt aan legitimatieproblemen. Onze samenleving kan zich niet rechtvaardigen, omdat zij in laatste instantie niet kan laten zien waarom het haar uiteindelijk te doen is.

 

Precies op dit punt begint het denken van De Schutter en van de auteurs op wie hij zich beroept. Dit denken kan men in één zin samenvatten: “Aan de ontwrichting van de wereld beantwoordt slechts de onbeslisbaarheid van de vrije handeling.” (p. 96) Men moet de last op zich willen nemen en zelf gaan denken. Er zit gewoon niets anders op. Met het niets dat in de maatschappij woedt, correspondeert in mijn eigen leven mijn eigen einde. En het gaat erom van dit eigen einde niet afgesneden te worden maar daartoe een eigen verstandhouding te ontwikkelen en als het zover is gehoor te geven aan de opdracht mijzelf op te geven: “We kunnen beginnen, zodra we aanvaard hebben dat we moeten sterven.” (p. 96)

 

Omdat De Schutter beseft hoe gemakkelijk totalitaire regimes de mensen van hun mogelijkheid tot sterven beroven, besteedt hij veel aandacht aan de literatuur uit de kampen en de commentaren daarop. Kertesz, Levi, Celan, Arendt, Agamben en Kiefer, zij allen passeren de revue.

 

Het boek van De Schutter is geschreven in 37 korte paragrafen die weliswaar thematisch met elkaar in verband staan maar geen doorlopend vertoog vormen. Dat maakt het bijzonder geschikt om er af en toe in te lezen of in te bladeren.

 

Stervensbegeleiding staat tegenwoordig hoog op de agenda. Steeds meer mensen worden ouder en willen zich verdiepen in de vraag hoe zij te zijner tijd het beste afscheid van het leven kunnen nemen. Dit boek vormt voor deze mensen een betrouwbare filosofische gids.

 

Maar niet alleen oude mensen zullen veel aan dit boek kunnen hebben. Door zijn heldere visie op onze cultuur en door zijn opzet en stijl is het boek ook uitstekend geschikt om op school en in de klas te worden gelezen. Jonge mensen zullen veel van zichzelf herkennen wanneer het over nihilisme gaat en in De Schutters betoog oriëntatiemogelijkheden vinden die zij hard nodig hebben om zich op hun rol in de wereld te bezinnen. De Schutter heeft een belangrijk boek geschreven dat iedereen aangaat.

Advertenties