Hölderlin in het HOVO

Geen maatschappij zonder natuur. Geen politiek zonder mythe. Geen orde zonder goden.

Reacties van cursisten op illustraties van Marcel Wesdorp en Bram van Velde bij teksten van Friedrich Hölderlin

Eric Bolle is filosoof en geeft cursussen over wijsbegeerte. Begin 2021 heeft hij voor HOVO Utrecht een cursus gegeven over Hölderlin als filosoof. HOVO betekent Hoger Onderwijs voor Ouderen. Ongeacht vooropleiding staat de cursus open voor iedereen vanaf vijftig jaar. Als indicatie voor het niveau geldt eerstejaars universiteit.

Centraal stond de onlangs verschenen Nederlandse vertaling van Safranski’s Hölderlin boek. Behalve over dit boek is ook gesproken over enkele gedichten en filosofische teksten van Hölderlin.

Een aantal sessies waren gewijd aan Bolles vertalingen van Hölderlins stukken over Sophokles en Pindarus. Deze stukken zijn in samenwerking met de beeldende kunstenaar Marcel Wesdorp gepubliceerd op de website Bewijsbare Mythen. De illustraties bij de tekst zijn van diens hand. (1)

Bolle doet hier verslag van enkele bijeenkomsten tijdens de cursus en hoe de deelnemers hebben gereageerd op de illustraties. Behalve naar Marcel Wesdorp (1965) is ook gekeken naar illustraties van Bram van Velde (1895-1981) bij Friedrich Hölderlin (1770-1843).

01.03.2021 Om in de stemming te komen

Aan het einde van de les geef ik de cursisten instructies mee voor het geval zij voor de volgende keer de behandeling van Hölderlins opmerkingen over Sophokles’ Oedipus willen voorbereiden. Om in de stemming te komen en misschien de toegang te vergemakkelijken laat ik de cursisten Wesdorps illustratie zien bij Hölderlins opmerkingen over Oedipus. Dan vraag ik de deelnemers (het zijn er elf) in trefwoorden zonder er al te veel bij na te denken op te schrijven wat er bij hen opkomt wanneer zij naar deze plaat kijken.

De trefwoorden zijn: vernauwing, vogelperspectief, bergruggen, monochroom, bergkam, wandelen in de Abruzzen, sneeuw, breuklijnen, fossielen, vergeten tijden, strijd, golvend meebewegen, kou, koude, oneindig – eindige natuur, conflicten, Alpen, sneeuw, groots – klein, microgolven, elektronenmicroscoop, negatief van de Grand Canyon, vreugde en ontzag, tedere huid met schaamhaar, als een laken over een dode, diepzeeregistratie, foto ijsmassa Noordpool.

08.03.2021 Oedipus

Aan het begin van de les vertellen de deelnemers over hun eerste ervaringen bij de lectuur van Hölderlins Opmerkingen over Sophokles. Men vindt het moeilijk de brokstukken tot één geheel te smeden maar geeft wel graag toe aan het beroep op de inbeeldingskracht dat door de tekst wordt gedaan. Je krijgt vanzelf beelden. Men bespeurt Hölderlins ambitie de ambachtelijke kant van de poëzie onder de aandacht te brengen. Hij geeft een soort handleiding voor het schrijven van een tragedie en stelt zelf aan de orde wat er voor nodig is om zo’n stuk te schrijven en te begrijpen. Het pleidooi voor dichter als vaste baan in overheidsdienst ontsnapt niet aan de aandacht. Er is iemand die het stuk heeft gelezen zonder op het begrijpen ervan uit te zijn. Dat is gelukt. Het stuk geeft een bijna fysieke ervaring. Men krijgt een schok, men wordt geraakt. Tot zover de eerste indruk.

Hölderlin wil met zijn Opmerkingen over Sophokles dat men beseft dat in Athene iedereen naar het theater ging en daar keek naar toneelstukken waarvan men de stof en de strekking al helemaal kende. Het was niet alleen theater, maar ook een religieuze ceremonie. En het had een politieke dimensie: gemeenschappelijk kijken naar de eigen geschiedenis in het licht van de mythe. Sophokles was niet alleen schrijver, maar ook priester en staatsman.

Het stuk zoals het door Hölderlin wordt geïnterpreteerd laat zien hoe het absolute in de geschiedenis inbreekt. De in god gepersonifieerde natuurmacht neemt bezit van de stad door de pest, en verwoest het leven van Oedipus om de mensen aan de goden te herinneren. Thebe is de weg kwijt, de stad is niet op orde, het openbaar bestuur schiet te kort en de natuur als basis van de samenleving en bron van alle rijkdom wordt onvoldoende gerespecteerd. Bovendien betrekt Oedipus alles op zich zelf, hij wil koste wat het kost weten wie hij is. Op ziekelijke wijze zoekt hij een bewustzijn.

Oedipus is het drama van de kennis en het zelfbewustzijn. Van het zich boven de orde en boven de natuur plaatsen terwijl men nauwelijks zicht heeft op zichzelf. Maar het is wel een noodzakelijk drama. Doordat de mens en de god elkaar wederzijds verraden krijgt het mens zijn ook een eigen gestalte, een specifiek eigen karakter. Met alleen maar vroomheid en de goden navolgen gebeurt er niets. Geschiedenis ontstaat pas door onenigheid. Zonder die onenigheid is ook niet de radicale verandering mogelijk die Hölderlin voor ogen staat. Aan de andere kant kan de maatschappij pas veranderen wanneer ook de natuur, de goden daarmee instemmen.

Zoals één van de deelnemers het onder woorden brengt sticht de tragedie verwarring over bestaande constructies. Is dat wel nodig om het absolute te bereiken? In reactie op die vraag merk ik op dat het absolute hier niet langer het lieflijke al-eenheidsgevoel is dat wij kennen van de zee die aan Hyperion vraagt of hij wel van haar houdt. Het absolute is gewelddadig geworden en breekt in om aan zijn bestaan te herinneren. Hoewel voor de toeschouwer in retrospectief het tragische gebeuren tot harmonie leidt en metafoor is van de intellectuele aanschouwing.

Terecht merkt de cursist op dat het maar de vraag is of Oedipus wel beseft dat hij in een tragedie zit. Is Hölderlin niet veeleer zelf Oedipus of is Oedipus een soort vader voor hem? Dat denk ik wel. Hölderlin is altijd op zoek geweest naar een vader en troost ergens in zijn waanzinsgedichten Oedipus met de woorden: “Leven is dood en dood is ook een leven.” Dat laat wel zien hoe dicht Oedipus en de dichter bij elkaar staan. Lacan merkt ergens op dat psychosen ontstaan wanneer men geen helder antwoord heeft op de vragen: ben ik ouder of kind, man of vrouw, levend of dood? In die zin heeft Hölderlins troost voor Oedipus zeker iets psychotisch. Maar men kan dat niet wegdenken wanneer men de totaalervaring in het centrum van de cultuur wil stellen want in die totaalervaring kan er geen verschil zijn tussen leven en dood.

Een andere deelnemer wijst op het profetische karakter van de tekst. Hölderlin is zijn tijd ver vooruit. In het licht van wat wij meemaken moet meer dan ooit over natuur worden nagedacht. En dan komt de vraag: Eric, wat zou jij doen als jij nu Hölderlin was? Daar moet ik wel even over nadenken.

Ik vind dat wat wij meemaken geen tragedie is maar een farce, farce die natuurlijk wel een tragedie kan worden. Maar dat zie ik nog niet zo. Wij zijn mensen zonder lot wier bestaan geen inzet heeft. Ik vind dat als wij er toe willen doen wij Hölderlins project op ons moeten nemen, de betekenis van de natuur opnieuw doordenken en op basis daarvan weerloos raad geven. Als ik Hölderlin was zou ik precies doen wat ik nu doe: deze cursus geven.

Aan het slot van het college stel ik de vraag of de plaat van Wesdorp heeft geholpen dichter bij de tekst te komen. Sommigen vinden van wel, anderen minder. Maar men wil het nog wel eens met Antigone proberen. Als reactie op de roze illustratie bij Antigone geven de cursisten de volgende trefwoorden: akker en zee, vogelperspectief, akker, woestijn, dichtheid van een bos, benauwd, Waddenzee bij eb, zand, lagen, oneindig, horizon, sporen, huid, drooggevallen zee; akker – veilig – vroeger versus de planeet Mars en de dood; lege onherbergzame woestijn, bewerken van de aarde, klieven, kerven, snijden, landschap op een onbekende planeet.

15.03.2021 Antigone

De les is gewijd aan Hölderlins visie op Antigone. Zij markeert een hoogtepunt in de Griekse cultuur. Het vertrekpunt van de Grieken is hun oriëntaalse aard, de zon, de geestdrift, het in beslag genomen worden door het licht en de warmte. De grandeur van de Griekse kunst bestond erin zich hierdoor niet te laten overweldigen maar de natuurkrachten helder als goden te presenteren. Dat zie je aan hun sculpturen en aan hun architectuur. Helaas hebben de Grieken in de loop van de tijd hun geestdrift laten varen en zijn ze steeds formeler geworden. Zij verliezen hun plastische kracht en verzanden in steeds meer van het zelfde.

Bij ons Noord-Europeanen is precies het tegenovergestelde het geval. Wij kunnen goed organiseren en een heldere presentatie van de dingen is bij ons het uitgangspunt. Alleen, ons ontbreekt het aan pathos. In Hölderlins ogen ontbreekt het ons aan enthousiasme en zouden wij eindelijk geestdriftig moeten worden. Wij doorlopen dus dezelfde baan als de Grieken maar in tegengestelde richting. Zij gaan van geestdrift naar nuchterheid, wij van nuchterheid naar geestdrift. Daarom is de oudheid belangrijk voor ons maar niet langer het voorbeeld dat wij moeten navolgen. Hölderlins breuk met het classicisme.

Antigone belichaamt het moment waarop de mens zich los maakt van het lot en helderheid verschaft wie zij werkelijk is. Zij brengt een revolutie teweeg door de maatschappij te bekijken vanuit het standpunt van de dood. Zij wil ondanks het verbod haar broer begraven ook al wordt zij daarom ter dood veroordeeld. Haar god beveelt haar dat, en met behulp van haar god, die van de ongeschreven wetten, trekt zij ten strijde tegen de traditionele god van de bureaucraat Kreon die alleen maar staat voor de instituties en hun overlevering. Assertiviteit en subjectiviteit bepalen dit religieuze drama waarin opnieuw zoals bij Oedipus de god aanwezig is en verschijnt in de gestalte van de dood.

De omwenteling die Antigone aldus tot stand brengt is die van een ongelukkige vrouw. In regel 919 van de Griekse tekst, en in regel 955 van Hölderlins vertaling is dysmoros het woord waarmee Antigone zichzelf betitelt. Dat woord betekent voor het treurspel en zijn toeschouwers een opdracht met vergaande geschiedfilosofische strekking: de tirannie bestrijden. Van bijzondere betekenis is dat Hölderlin ook in zijn opmerkingen spreekt van het dysmoron. Daarmee bedoelt hij echter niet alleen het ongeluk van Antigone. Nee, hij geeft een geheel nieuwe en ongekende draai aan dit begrip. Voor hem duidt dit concept voor ons, in de moderniteit niet het ongeluk aan, maar het in het geheel ontbreken van een lot voor ons. In Hölderlins ogen moeten wij eindelijk beginnen met het verkrijgen van een lot, met het inslaan van de weg in tegengestelde richting van de Grieken, de weg die van onze nuchterheid loopt naar de geestdrift, naar de zon, naar het vuur van de hemel.

Het lotsvrije is onze zwakte. Wij willen geen risico’s nemen. Liever doen wij er niet meer toe dan een geschiedfilosofische taak op ons te nemen. Wij willen geen inzet hebben en wij willen geen inzet zijn. De grote omwenteling die Duitsland naar het evenbeeld van de Franse Revolutie zou moeten voltrekken, blijft uit. In zijn toren in Tübingen zal wat men de waanzinnige Hölderlin noemt gedichten schrijven zonder taak of opdracht, gedichten zonder perspectief en zonder geschiedfilosofische spanning over het wonen en het gewone zonder revolutionaire strekking. Gedichten uit de lotsvrije ruimte, uit het dysmoron.

Aan het einde van de les blijkt dat Wesdorps illustratie de cursisten goed geholpen heeft zich in Hölderlins opmerkingen in te leven. Ter inleiding tot de volgende les over Hölderlins Pindarus fragmenten laat ik de deelnemers een nieuwe plaat zien.

In reactie op de groene illustratie bij Pindarus geven de studenten de volgende trefwoorden: luchtfoto van stad, water en bos, bevroren ingesneeuwde haven, chip, Maasvlakte, lijnen en reliëf, echo opname stad aan zee, kosmische planologie, binnenste buiten, uitsteeksel, sneeuwtekening, conflict tussen systematische plattegrond en doolhof,  nazcalijnen, maquette, moderne stad uit het niets in het oerwoud geplant, zoeken naar zin of eindpunt, maquette stad in één kleur in het water en heuvelrug.

Tevens vraag ik de cursisten wat in hun ogen de zin van het leven, wat in hun ogen het hoogste is. Opnieuw in trefwoorden: liefde, God en hem dienen, intellectuele vervoering, solidariteit, liefhebben, accepteren dat er geen hoogste is terwijl ik er wel naar verlang, vervulling, vitale harmonie, liefde, rechtvaardigheid en schoonheid, schenken en offeren, goede relaties met anderen in mijn omgeving, botsing van waarden.

22.03.2021 Pindarus

Deze les gaat over de Pindarus fragmenten of Pindarus commentaren van Hölderlin. De tekst is zonder titel overgeleverd als een in het net geschreven handschrift en dateert van ongeveer 1803-1805. Het gaat dus om dezelfde periode waarin Hölderlin zijn opmerkingen over Sophocles schreef. Die zijn gepubliceerd in 1804. Er zijn negen stukken, bestaande telkens uit een eigenzinnige vertaling van een fragment uit één van de gedichten van Pindarus (circa 500 voor Christus), gevolgd door een niet minder eigenzinnige duiding door Hölderlin. Pindarus is beroemd door zijn odes, zijn lofzangen op de overwinnaars van de Olympische Spelen, en genoot in zijn tijd een ongekend aanzien.

Over deze Pindarus stukken ben ik veel minder zeker dan over de Sophocles opmerkingen. Mijn voorstel is ze te lezen vanuit een hypothese. Mijn hypothese luidt dat het hier gaat om een vorstenspiegel. Dit is een literair genre waarin aan een vorst of een prins wordt uitgelegd hoe hij het best zijn land kan besturen. Dat kan op realistische wijze (denk aan Machiavelli) of door aansporingen rechtvaardig en mild te zijn. Vooral de Arabische poëzie blinkt uit door het bezingen van onrechtvaardige en wrede heersers alsof ze mild en rechtvaardig zijn. De heerser wordt zo door de dichter gecorrigeerd en op het goede pad gebracht. Tenminste dat hoopt men.

Zoiets moet – denk ik – Hölderlin ook gehoopt hebben toen hij zag dat de democratie in Duitsland uitbleef en de aristocratie de kaarten opnieuw schudde. Zijn gedicht Patmos is opgedragen aan de landgraaf van Homburg, de Sophocles vertalingen zijn opgedragen aan diens dochter Auguste, prinses van Homburg. Wij zijn dus ver verwijderd van Hölderlins oorspronkelijke republikeinse, ja jakobijnse gezindheid. Hölderlin bereidt zich voor op een golf van conservatieve en reactionaire politiek.

Onze dichter blijft onverkort vasthouden aan het project van de nieuwe mythologie. Goden zijn inzichtelijk te maken als personificaties van elementaire natuurkrachten en omgekeerd. Het gaat erom door de mythe heen te laten zien hoe die natuurkrachten aan het werk zijn. Hölderlin wil door middel van de mythe de natuur nu ook aan de moderne mens uitleggen.

Voor Hölderlin bestaat de zin van het leven uit een al-eenheidservaring. Leidend kennisinteresse van mijn interpretatie is de vraag welke gestalte het absolute hier aanneemt. Is het nog steeds het blauw van de hemel en de oneindige zee zoals bij Hyperion, de gewenste vereniging met de natuur in de dood door de sprong in de Etna zoals bij Empedocles, of de god in de gestalte van de dood bij Oedipus en Antigone? Is het niet veeleer taak van het openbaar bestuur de mens tegen de natuur te beschermen, de doodsdrift tegen te houden, en de doorwerking van het absolute in het alledaagse leven door middel van instituties vorm te geven? Is de nabijheid van God niet het grootste gevaar en bestaat redding er niet uit hem op de juiste wijze op afstand te houden? Is Hölderlin niet zelf door Apollo geslagen en te dicht bij de zon gekomen? Wat blijft er in dit pamflet over van de revolutie uit geest en liefde die Hölderlin voor ogen stond? Laat ons kijken of deze vorstenspiegel, of dit metapoëtische manifest, of dit metapolitieke programma antwoord op onze vragen geeft en of mijn hypothese klopt dat hier de metafysische vakvereisten voor het openbaar bestuur worden geformuleerd.

In het eerste fragment wordt onderscheid gemaakt tussen wijsheid als inzicht in de waarheid en schranderheid als dat inzicht toe te passen in een bepaalde situatie. Compromissen sluiten en je aanpassen zijn noodzakelijk. Soms moet je als een kameleon de kleur van je omgeving aannemen. Dat kan des te gemakkelijker naarmate je een betere opvoeding hebt genoten en je jezelf ongeacht de situatie trouw weet te blijven. Hölderlin demonstreert dat aan de hand van Jason en diens opvoeding door de centaur Chiron.

Waarheid is niet zo maar iets. Het is niet alleen zaak waarheid van leugens te onderscheiden, maar ook van belang te beseffen dat de waarheid niet altijd gemakkelijk toegankelijk is en dat dwalen hoort bij het proces van waarheidsvinding. Daarover gaat het tweede fragment.

Het derde fragment brengt de wet onder de aandacht als middel om vorm te geven aan het lot en gestalte te geven aan de publieke zaak. Oproer moet worden vermeden omdat het de opvoeding van de kinderen belemmert.

In het vierde fragment is alles blauw. Het gaat over de dolfijn, een vriendelijk dier dat met zijn omgeving samenvalt en het naïeve geluk belichaamt. Het is helemaal in zijn element. Het is een muzisch dier dat zich laat leiden door gezang en door fluitspel. Het is trouw aan zichzelf en zorgt ervoor dat de natuur in zichzelf samenhangt. De dolfijn met zijn oceanische al-eenheidservaring kondigt het volgende fragment aan, het middelpunt en hoogtepunt van onze tekst.

Het vijfde fragment heet Het Hoogste en brengt Hölderlins vertaling van en commentaar op Pindarus beroemde Nomos Basileus fragment. Nomos betekent zowel wet als de landstreek waar de wet geldt. Basileus betekent koning. De wet is daarmee het wezen van en het hoogste principe van waaruit men de maatschappij inricht en bestuurt. Gewoonlijk interpreteert men dit fragment alsof de wet altijd de wet van de sterkste is, alsof het recht altijd het recht van de overwinnaar is en alsof bij de soevereine vorst macht en recht identiek zijn, of je dat nu wilt of niet.

Maar dit is niet Hölderlins interpretatie. Het gaat bij hem niet om de legitimatie van de macht en het gebruik van geweld. Het geweld is nu juist dat, wat door de wet verhinderd moet worden. De al-eenheidservaring is nog steeds van kracht, maar zoals wij van Oedipus en Antigone kunnen leren moet de overheid er voor zorgen dat goden en mensen nu juist niet paren omdat god zich dan in de gestalte van de dood openbaart. Waar het om gaat is tegelijkertijd het absolute te erkennen, en vorm te geven aan de onriskante aanwezigheid daarvan.

Voor Hölderlin bestaat het gevaar uit de nabijheid van god en moet het reddende komen van bemiddelende instituties zoals kerk en staat. Kerk en staat moeten er voor zorgen dat rechtstreekse ontmoetingen met de goden (lees: met alle vormen van  natuurgeweld) worden voorkomen. De natuur moet in goede banen worden geleid en van haar potentieel vernietigende karakter worden ontdaan. Er moet altijd een grens worden getrokken tussen mensen en goden, een midden tussen hen worden gecreëerd. Wet is middellijkheid. Daarmee is ook gezegd dat openbaar bestuur voor de mens de hoogste en voornaamste taak is.

De volgende twee fragmenten stellen dat als je je hier aan houdt de mensen lang en gelukkig kunnen leven, en dat recht en concrete situatie telkens opnieuw moeten worden doordacht om de wet goed te kunnen toepassen.

Het achtste fragment gaat over Vrouwe Justitia, over Themis. Zij is de moeder van de schikgodinnen die de lengte van ons leven bepalen, en van de uren, de dagen en de jaargetijden die het leven scanderen en van ritme voorzien. Maar zij gaat niet alleen over de tijd, zij gaat ook over de ruimte. Door de wet in te stellen zorgt zij voor gebieden waar rust en orde heersen en waar de mensen zich kunnen vestigen en zichzelf en elkaar kunnen vasthouden.

Het negende en laatste fragment gaat over de overgang van nomadisch naar sedentair leven. Met uitzondering van Chiron, de leermeester van Jason uit het eerste fragment, zijn de centauren ruw en onbehouwen. Op een bruiloft vallen zij de bruid en haar gezellinnen lastig. Het zijn onbeschaafde herders die gewend zijn melk te drinken, maar nu voor het eerst wijn voorgeschoteld krijgen. Ze worden weliswaar dronken, maar met brood en wijn begint de beschaving.

De centaur belichaamt in zijn onbehouwenheid de stroomgeest die wordt getemd door bergen, de bossen en de weiden waardoorheen hij zich een weg moet banen. Zo ontstaan rivieren en daarmee steden waar de mensen zich kunnen vestigen en kunnen blijven wonen. De beschaving ontstaat. Men ziet door het landschap heen de centaur en omgekeerd.

Aan het eind van de les vraag ik de cursisten of zij in trefwoorden kunnen opschrijven wat zij hebben opgestoken van de lessen over Oedipus, Antigone en Pindarus. Ook vraag ik ze of zij nog steeds hetzelfde over het hoogste denken als voor de les over Pindarus. En tot slot vraag ik ze of de illustraties van Marcel Wesdorp hen hebben geholpen in de juiste stemming te komen en de tekst beter te begrijpen.

De week daarop. Wesdorp? Geweldige kunstenaar.

De week daarop ontvang ik van zeven van de elf cursisten de antwoorden. Een keuze uit hun reacties:

Hypothese (is dit een handleiding voor een bestuurder); zeker dit is een handleiding voor leiders (van persoonlijk leiderschap tot leiderschap van werelden).

Bij Marcel Wesdorp is de wereld teruggebracht tot een kale planeet; onze tragedie, een fotonegatief van wat er overblijft; onherbergzaam. De werken van Marcel Wesdorp maken een toekomst zichtbaar die Hölderlin wil voorkomen. 

Hölderlin beschrijft een beeld wat de schoonheid van al-eenheid zichtbaar en bereikbaar maakt en tegelijkertijd het bewustzijn wakker maakt over het tegengestelde (de tragedie).

Hölderlin herschept de oude teksten in zijn vertaling waardoor de teksten als nieuw naar voren treden. Kortom de lezer heeft een belangrijke functie. Jij bent een “herschepper” dat is meer dan een gids. Pas nu kunnen we Hölderlin begrijpen. Behalve schoonheid draagt het ook bij aan begripsverruiming van vandaag.

“Leven is dood en dood is ook een leven”. Lastige poëzie. We overstijgen de dood maar ook het leven niet. Ze zijn tot elkaar veroordeeld. Tegelijkertijd is het onmogelijk de dood te kennen vanuit het standpunt van de dood. In deze zin is het een relativering van het leven. De dood wordt aanschouwd vanuit het leven. Deel je dit inzicht?

Mijn antwoorden op de drie vragen: kennis, bewustzijn en ‘vrede’ stoelen op geweld. Het hoogste is voor mij nog steeds hetzelfde, namelijk offeren en schenken. Wesdorp staat voor doorheen de onherbergzaamheid.

“Alleen te zijn, zonder de Goden, is de dood” (MA I, 856). Precies in deze breuk, bij deze afgronden leven we. Of in ieder geval leef ik. Ik word hier niet somber van, het zorgt eerder voor een verlangen waarbij het altijd onduidelijk is waarnaar het verlangt. Dit verlangen spreekt in poëzie, muziek of andere kunsten. Dat is fijn en vreselijk op hetzelfde moment. Maar goed, er is mij nooit een lieflijk rozentuintje beloofd.

“Wij willen geen inzet hebben en ook geen inzet zijn”. Daar heeft Hölderlin wel een punt. Willen we trouw zijn aan ons standpunt, ook als de dood er op volgt, of worden we loyaal aan heersende standpunten uit behoud van ons leven? Als iemand ons naar het leven staat, dan moeten we overleven en dan kom je in overlevingsstrategieën terecht.

Het bijbel verhaal van het ene bokje dat geslacht wordt, een heilige rite om weer een balans te vinden en het ander bokje dat de woestijn in vlucht. En later plotseling opduikt.

Trefwoorden bij de les over Oedipus: De kracht van de natuur versus het (innerlijke) bestaan van de mens

Trefwoorden bij de les over Antigone:Structurele verandering door gepassioneerde inzet

Trefwoorden bij de les over Pindarus: De zoektocht naar levensbalans en ordening van samenleven. 

De door mij eerder aangegeven trefwoorden over het hoogste, namelijk liefhebben en solidariteit blijven gehandhaafd met een aanvulling door het streven naar een evenwichtige samenleving.

De illustraties van Marcel Wesdorp helpen mij zeker tot een verbeelding passend bij de soms zeer ingewikkelde teksten.

Wat neem ik mee uit de lessen over Hölderlin? De poëzie komt dichterbij. De Griekse mythologie heeft zijn debuut op mijn levensweg. Troost en verzoening met mijn leven. Dit is de reden waarom ik begonnen ben met filosofie. Een voorbeeld: waarheid heeft inzicht nodig.

Het hoogste? Is en blijft God. God is het begin en het einde. Zijn wil is wet. Zijn wil staat boven de wetten op aarde.

Wesdorp? Geweldige kunstenaar. Waarom? Hij maakt een voor mij volkomen abstracte materie zichtbaar, doordat hij iets abstracts maakt, wat voor mij het onzichtbare reflecteert.

29.03.2021 Bram van Velde. Daar wil ik bij horen

Ik bedank de cursisten voor hun antwoorden en voor hun nieuwe vragen en ik geef een korte samenvatting van wat zij hebben opgestoken, of ze nog steeds hetzelfde denken over het hoogste en of het werk van Marcel Wesdorp hen heeft geholpen.

Opgestoken heeft men kort samengevat dat de Pindarus commentaren best wel eens een vorstenspiegel zouden kunnen zijn, dat het in ieder geval een tekst over leiderschap is, maar dat in de grond van de zaak iedereen hiervan kan leren.

Geweld ligt ten grondslag aan het fundament van de cultuur en het is zaak dit geweld te beteugelen zonder het te laten uitdoven. Het gaat erom de energie goed te gebruiken en de  chaos tot orde te transformeren. Het gaat om evenwicht tussen de krachten en de juiste maat.

Tragedie betekent niet voor niets bokkenzang. Er is een link met de bijbel. Antigone en Oedipus zijn de zondebok. Wie vertrouwd is met familie-opstellingen (een volgens mijn eigen ervaring buitengewoon bruikbaar middel om bijvoorbeeld loyaliteiten in een organisatie zichtbaar te maken) ziet hier de kern ervan in een notendop.

Is de opvatting over het hoogste veranderd? Offeren, jezelf wegschenken, dat is voor één cursist nog steeds het hoogste. En hij kan zich daarbij beroepen op Empedokles en Antigone. Ook bij andere cursisten is het antwoord nauwelijks veranderd. Sommigen worstelen erg met deze vraag en kunnen nog geen antwoord geven.

Hoe ziet men Marcel Wesdorp? Hij laat ónze tragedie zien: een kale planeet, een fotonegatief van wat overblijft. Deze onherbergzaamheid krijg je als wij niet doen wat Hölderlin zegt. Hier moeten wij doorheen. Marcel Wesdorp helpt bij de verbeelding van een moeilijke tekst. Hij is een geweldige hulp. Hij reflecteert het onzichtbare en maakt het daardoor zichtbaar.

Een poging enkele vragen van de cursisten te beantwoorden. Wie of wat is bij Pindarus de derde instantie die telkens opnieuw (oneindig) tussen recht en verstand de juiste link moet leggen? Volgens mij is dat de vorst, de leider, de dichter, jijzelf. In ieder geval zegt de tekst duidelijk: ik.

Van wat Hölderlin over de dood zegt gaat een enorme fascinatie uit. Zonder te speculeren, strikt wetenschappelijk, kan men er naar mijn mening in ieder geval over zeggen dat Antigone en Empedocles vanuit de dood naar het leven kijken, en dat de al-eenheidservaring per definitie het leven en de dood omvat.

Heeft Sophokles het zo bedoeld als Hölderlin het zegt en hoe zit het nou met de goden en de al-eenheidservaring? Jochen Schmidt heeft het in zijn editie bij Deutscher Klassiker Verlag over meer dan 1000 afwijkingen tussen Sophokles en Hölderlin. Drie mogelijke verklaringen. Ten eerste wilde Hölderlin iets met Sophokles dat zo niet bij Sophokles staat. Dit type afwijkingen is door Hölderlin zelf geformuleerd in zijn Anmerkungen. Het tweede type gaat terug op de gebrekkige Griekse tekst waarover Hölderlin beschikte. Wij beschikken tegenwoordig over betere edities. En het derde type gaat terug op lacunes in Hölderlins kennis van het Grieks.

De goden staan voor natuurmachten. Slechts in uitzonderlijke gevallen zijn ze er in de gestalte van de dood. Zij bieden niet ieder voor zich een al-eenheidservaring. Apollo is de zon. Daar moet je niet te dichtbij komen. Gelukkig is er Dionysos. Die zorgt met bomen en planten voor verkoeling en schaduw. Ook de goden zoeken de balans en corrigeren elkaar. Zij hebben ons net zo hard nodig als wij hen om tot bewustzijn van zichzelf te komen, en alles wat wij doen is naar Griekse maatstaven op de eerste plaats een schouwspel voor de goden. Daarom is het onderscheid tussen hemel en aarde dragend en moeten wij voortdurend bezig zijn het grensverkeer tussen onszelf en de goden vorm te geven. Hölderlins gedichten gaan over dit grensverkeer, ja – zij zijn het zelf.

De volgende keer behandelen wij Hölderlins gedicht Der Einzige. (2) Om in de stemming te komen laat ik de cursisten de illustraties zien die Bram van Velde bij dit gedicht heeft gemaakt. Zij zijn in de oeuvre catalogus doorgenummerd. (3) Wat maken deze litho’s bij hen los?

Kleur die verdwijnt, kleur – vorm – beweging, tors (lichaam).

95 Intensiteit – 96 uitzicht – 97 hechtenis (gevangenschap) -98 ruimte, beweging, van intens naar uitzicht.

95 Tot de kern doordringen – 96 grenzen van het geschreven woord – 97 menselijk gezicht dat op weerstand stoot – 98 naakte vrouw.

Mooi, schoonheid, levensbeweging, onderweg, doorgaande levensbeweging. De rood-zwarte afbeelding: vrouwelijk – de zwarte: mannelijk – de paarse: kinderlijk, de groene: geestelijk; vergeestelijking.

Contrasterende eenheid, 96 doorkijk mooist.

Wereld van vrouwen. Zij stralen zelfgenoegzaamheid uit (in positieve zin). Ik wil erbij horen en er naartoe gaan.

Hele mooie kleuren. Vrouwenlichamen.

Verwarring, indringend, bezinning.

De week daarop. Het er niet mee eens

De week daarop krijg ik een mail van een cursiste. Zij schrijft:

Ik had verwacht dat je had gezien dat ik het er niet mee eens ben dat het om een vorstenspiegel gaat Het gaat om hoe een leven verloopt, om levensfasen. Uiteraard is een vorst ook een mens en zal hij er van kunnen profiteren. Eigenlijk gaat het bij Hölderlin om te blijven analyseren wat er aan de hand is. Eenheidservaring komt niet voor. Het is wel waar we er naar op zoek zijn, maar nooit bereiken.

Hoe krijg ik rust? Als ik me begrepen voel. Dat is zelden door de wet, maar wel door een ander mens die begrijpt waarom ik me ergens over opwindt. Dat is dan even een rustplaats. Ik krijg ruimte en tijd om ergens over na te denken. Dat kan ook over de wet zijn, over waarvoor deze wet nodig is. Is Vrouwe Justitia hetzelfde als de wet? Wat rechtvaardig is is dat hetzelfde als de wet?

Volgens mij ontstaat de beschaving niet door onbehouwen centauren die door bergen getemd worden. Beschaving ontstaat door te luisteren naar het gevoel van mensen en door dat bodem te geven, dat op de aarde neer te zetten.

Dan nog een opmerking over Antigone. Zij bekijkt de wereld niet vanuit de dood. Haar wens is haar broer te begraven. Daarmee komt ze in conflict met de gek Kreon die haar dat belet. Je kunt net zo goed zeggen dat Kreon vrouwen geen mening gunt en Antigone daarom ombrengt.

12.04.2021 Geen politiek zonder mythe. Geen orde zonder goden

Ik bedank de cursiste voor haar uitvoerige mail. Ik vind de focus op levensfasen bij Hölderlin in het algemeen, en in de Pindarus commentaren in het bijzonder een sterke zet. Het is inderdaad een pedagogisch manifest dat gaat over de ontwikkeling van de mens en het ontstaan van beschaving. De al-eenheidservaring is weliswaar zelden en kortstondig, maar hij komt bij Hölderlin wel degelijk voor. Die ervaring is volgens mij Hölderlins antwoord op de vraag naar de zin van het leven. Helemaal onbereikbaar is zij niet, maar ik ben het met de cursiste eens dat wij er meer naar op zoek zijn dan dat we haar bereiken. Precies dat is waar de hele Hölderlin over gaat.

De gedachte dat rust pas ontstaat omdat men zich begrepen voelt is zeker ook een gedachte van Hölderlin. Alleen de mensen kunnen rust niet op eigen kracht en ook niet in gemeenschap met elkaar tot stand brengen. In alles wat zij doen zijn zij aangewezen op de goden. Die moeten hen helpen. Themis helpt de mensen de plek te vinden waar zij zich kunnen vestigen en vasthouden. Themis baart de asielplaatsen. De mensen zijn niet alleen op elkaar, zij zijn vooral op de mythe aangewezen. Geen maatschappij zonder natuur. Geen politiek zonder mythe. Geen orde zonder goden. Dat is tenminste wat Hölderlin zegt. Of wij het daarmee eens zijn, is natuurlijk weer iets anders.

De laatste les is een hoorcollege over Hölderlins hymne Der Einzige (zie noot 2). Niet iedereen is door Bram van Veldes litho’s geholpen Hölderlin beter te begrijpen, maar het is fijn te beseffen dat Nederland door deze kunstenaar een plaats heeft in het Hölderlin universum, en veel cursisten zijn het met mij eens dat Bram van Velde een eigen museum verdient.

Noten

1.

Zie www.bewijsbaremythen.weebly.com en www.marcelwesdorp.com. Zie ook de graphic novel over Hölderlin waaraan Wesdorp op het ogenblik werkt. Hartelijk dank aan Marcel Wesdorp voor de vriendelijke toestemming Bewijsbare Mythen # 4 en # 5 (beide 2018) op te nemen.

2.

De tekst van mijn hoorcollege over dit gedicht staat op deze website, Het Absolute, en vindt u hier.

3.

Deze illustraties staan op de website met de catalogus van het complete grafische werk van Bram van Velde en vindt u hier.

Over de auteur

Dr. Eric Bolle (1954) promoveerde in 1981 aan de Universiteit van Amsterdam over Nietzsche. In 2016 verscheen bij ASP Editions in Brussel zijn boek Hölderlin en Heidegger. Een andere aanvang voor de filosofie.