Hölderlin op het eindexamen

Dagboek van een leraar Duits

 

Eric Bolle is leraar Duits. Hij vindt Hölderlin de meest geschikte schrijver om jonge mensen bij te staan in hun ontwikkeling. Maar wat vinden de leerlingen er zelf van? Lees in dit dagboek wat zij van Hölderlins toneelstuk Der Tod des Empedokles vinden.

Hölderlin

Zomervakantie 2014.

Waarom wil ik Hölderlin op het eindexamen? Een terugblik op mijn leven met Hölderlin.

Interessant maar niet te lezen

In de tijd dat ik naar school ging leefde sterk de gedachte dat de klassieke oudheid nog steeds actueel is. Vooral Socrates en Seneca geven voorbeelden van oprechtheid en bezonnenheid. Maar klopt ons beeld van de oudheid, en wie kan ons gidsen? Wie kan helpen de actualiteit van het klassieke denken voor eigentijdse vraagstellingen zichtbaar te maken? Je zou verwachten dat Nietzsche de eerste is aan wie bij de beantwoording van die vraag werd gedacht. Toch was dat niet zo. Het was vooral de naam Hölderlin die veel weerklonk.

Maar hij werd gek genoeg niet gelezen. Men bladerde door zijn werken, maar vond het te moeilijk om hem op school te behandelen. Later heb ik dat ook vaak op de universiteit gehoord. Hölderlin is gewoon te moeilijk. Laten we er niet aan beginnen. Toch blijft zijn naam in de gesprekken hangen en door de gangen zinderen. Dat heeft alles te maken met Parijs 1968 (ik was toen veertien) en met de literaire verbeelding van de revolutie. Hölderlin was te moeilijk, maar men las het stuk van Peter Weiss, beaamde dat Hölderlin een revolutionair was, en men was van het idee gecharmeerd dat Marx zich door Hölderlin zou hebben kunnen laten inspireren.

Marx schreef zijn  Parijse Manuscripten in 1844, een jaar eerder was Hölderlin gestorven. Het idee dat Hölderlin de weg zou hebben gewezen naar maatschappelijke veranderingen, en dat hij als geen ander zou weten wat vervreemding is en hoe je die kunt overwinnen, was destijds een grote bron van inspiratie. Men ziet hoe het beeld verandert. Op het gymnasium ging het over Hölderlin en de oudheid, toen ik Duits en filosofie studeerde ging het over Hölderlin en de veranderbaarheid van de wereld. Maar net als op school gold Hölderlin op de universiteit als een belangrijk schrijver, maar lezen ho maar!

Een derde aspect om het beeld van Hölderlin voor mij als jonge man te completeren, was Hölderlins waanzin. Die sprak vooral tot de verbeelding omdat men de maatschappij begon op te vatten als een repressie- en disciplineringmachine. Voor de Franse filosoof Michel Foucault was Hölderlin het grote voorbeeld van een geslaagde uitbraak uit de normalisering van de burgerlijke maatschappij. Is waanzin in de tijd voor Hölderlin vooral een vorm van redeloosheid, door Hölderlin krijgt de waanzin een stem die de rede iets te zeggen heeft. Zijn waanzin wijst de weg naar een ander denken en een bestaan dat authentieker is dan het gewone. De vervreemding wordt niet opgeheven maar geradicaliseerd. Foucault waardeert niet de harmonie maar de verscheurdheid zonder verzoening bij Hölderlin.

De oudheid, de revolutie, de waanzin. Drie trefwoorden waarom Hölderlin zo belangrijk is, maar nog steeds heb ik hem niet kunnen lezen. Nog steeds probeer ik in mijn eentje tot de teksten door te dringen, en sta ik er alleen voor. Wel komen er in mijn omgeving steeds meer mensen die net zoals ik met Hölderlin bezig willen zijn, maar op de universiteit komt het tot geen enkel seminar, geen enkele gelegenheid om zijn werk maar eens gewoon te lezen en met elkaar te praten over wat er nu eigenlijk staat. Een uitzondering vormt de grote Hölderlinkenner Gerhard Kurz die in de jaren 1980-1984 hoogleraar was aan de UvA en die ik in 1980 heb ontmoet. Kurz heeft mij een eind op weg geholpen, maar ook hij was van mening dat Hölderlin te moeilijk zou zijn om aan de universiteit te behandelen.

Forschung en cultuurbeleid

Aan mijn isolement inzake Hölderlin komt pas verandering in de jaren 1985 en 1986. Ik ben dan voor in de dertig en krijg een stipendium van de Fritz Thyssen Stiftung om onderzoek te doen naar Heideggers Hölderlinstudies die toen net waren verschenen. Voor het eerst kon ik met Hölderlin professioneel bezig zijn. Ik moest me wel meteen melden voor en symposium in Bad Homburg. Dit symposium betekende voor mij een geweldige schok; ‘s nachts kon ik niet slapen en bleef ik maar doormalen. Dat men zo gedetailleerd op de teksten in kon gaan, zo precies in beeld kon brengen wat men wel en wat men niet wist, dat de meningen zo uiteenliepen terwijl ieder interpretatie toch duidelijk voldeed aan de hoogste wetenschappelijke eisen, dat had ik niet eerder kunnen bevroeden en was in Nederland ook helemaal onbekend.

Toch was hier voor mij als Nederlandse filosoof een duidelijke taak weggelegd: een brug slaan tussen Franse en Duitse filosofie. Er zat dus behalve wetenschappelijk onderzoek ook een cultuurpolitieke taak in dit stipendium. En meer nog, in Nederland was de belangstelling voor Hölderlin zo sterk toegenomen dat de SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam) een heel programma aan hem wijdde. Uit mijn pas verworven contacten kon ik Michael Franz en Christoph Jamme uitnodigen om met hen en het publiek over Hölderlin te spreken.

De liefste wens

Maar dan wordt het voor mij lange tijd stil. Mijn loopbaan neemt een andere wending en ik ga andere dingen doen. Ik ben nog wel vaak bezig met Hölderlin, maar heb het niet meer zoveel over hem in tot ik in 2009 (dus ruim twintig jaar later) de draad weer oppak met een lezing over hem in het Amsterdamse poëziecentrum Perdu, samen met Stefan Hertmans. Maar ook deze lezing en enkele andere lezingen en publicaties over Hölderlin die daarop volgen, leiden nog niet tot een gezamenlijke lectuur met anderen in Nederland van Hölderlins werk. Dat verandert pas wanneer ik leraar Duits word in 2010. Maar dan heb ik nog vier jaar nodig eer ik er aan toe kom voor het eerst met mijn leerlingen Hölderlin te lezen.

Hoe is mij dat gelukt? En waarom was dat zo moeilijk? Waarom is Hölderlin voor mij persoonlijk zo belangrijk? Natuurlijk wil ik op de eerste plaats dat mijn leerlingen dat krijgen wat ik mezelf toen ik hun leeftijd had, het liefst heb gewenst. Ik zou het heerlijk hebben gevonden Hölderlin op het eindexamen te krijgen, en dat gebeurt nu bij mij op school. En gek genoeg op de eerste plaats om zijn beeld van de oudheid. Want de leerlingen weten maar weinig over die tijd. Het idee samen te lezen waarom Hölderlin die periode begrijpt als de voornaamste bloeitijd uit de geschiedenis, sloeg bij de leerlingen aan. Ze waren meteen bereid de Athenerrede uit de Hyperion te lezen, juist uit belangstelling voor het klassieke denken. Na afloop vonden ze de tekst te idealistisch, maar toch beslist de moeite waard. Dat uitgerekend de belangstelling voor Athene een motief voor leerlingen van nu zou kunnen zijn, had ik nooit gedacht, maar het is leuk nu samen met mijn leerlingen op mijn uitgangspunt te zijn teruggekeerd. (1)

Veel steun bij mijn zoektocht Hölderlin in het curriculum onder te brengen heb ik gehad aan de symposia van de Hölderlin-Gesellschaft. Je kunt rustig stellen dat zonder steun uit Duitsland het niet mogelijk is iets met deze dichter in Nederland te doen. Hier ligt ook de verklaring waarom men het maar zo zelden in Nederland heeft geprobeerd aandacht aan deze dichter te besteden, en waarom het zo moeilijk is hem een plaats te geven in het universitaire onderwijs.

Voor mij persoonlijk

Voor mij persoonlijk is Hölderlin zo belangrijk omdat hij een filosofische positie inneemt die zich ook nu nog, en misschien wel sterker dan vroeger, laat verdedigen. Voor Hölderlin staat de vrijheid voorop, maar dat wil nog niet zeggen dat de mens autonoom is. De strijd met de wereld is noodzakelijk om tot bewustzijn te komen, en dat kan niet zonder conflicten. Die conflicten betreffen niet alleen de verhouding met andere mensen, maar ook die met het eigen bewustzijn. Wanneer de mens over zichzelf nadenkt ontdekt hij het absolute in zichzelf, dat de wereld één grote samenhang is, maar dat hij van die samenhang is buitengesloten. Het absolute onttrekt zich aan onze greep, en geen wetenschap of techniek geeft toegang tot het wezenlijke dat zich aan ons onttrekt. Alleen op sommige ogenblikken lukt het ons één te worden met de wereld en laat de extase ons onze conflicten vergeten.

Voor dit bewustwordingsproces dat plaats vindt in het geschil met de wereld, maar dat op sommige momenten een ongekende vervoering kent, heeft Hölderlin woorden gevonden die uniek zijn en die door geen enkele andere dichter worden geëvenaard. Dat je voor je bestaan dankbaar kunt zijn omdat je het absolute in zijn ontoegankelijkheid in je binnenste kunt ervaren, dat er een aandenken is dat dwars door verlies en afscheid heen de ervaring van het zijn geeft, dat is wat Hölderlin zo actueel maakt en waarom hij bij mij zo veel enthousiasme oproept. Het is niet zozeer zijn beeld van de oudheid, zijn revolutionaire politieke gezindheid of de bezieling van een waanzinnige dichter, het is dat bij hem de schoonheid van het samenvallen met de wereld het laatste woord heeft.

Wanneer menselijke ontwikkeling (Bildung) niet mogelijk is zonder conflicten met jezelf en de wereld, betekent dat voor het onderwijs dat je de leerlingen hun problemen niet moet afpakken, maar ze moet faciliteren in het begrijpen van de levensfase die ze doormaken. Op zoek naar de zin van het leven en een eigen identiteit is er wel geen schrijver die de adolescent zo veel te vertellen heeft als Hölderlin. Dat vind ik, maar vinden de leerlingen dat ook? We nemen de proef op de som en agenderen Der Tod des Empedokles op het eindexamen.

25.10.2014 De eerste les

In de eerste les lezen wij de eerste lange zin uit het Frankfurter Plan. We maken kennis met een Empedokles die ruzie heeft met zijn vrouw omdat hij niet naar een feest wil gaan en die het moeilijk heeft met de versnippering in zijn bestaan. Hij wil niet worden opgeslokt door allerlei dingen die hij achter elkaar moet doen, en haat daarom de cultuur in zijn omgeving. Hij wil eigenlijk alles in één keer zijn, samenvallen met de natuur en met rust worden gelaten. Hij wil niet relativeren, hij wil versmelten met het absolute.

Mijn vraag aan de leerlingen luidt: wat is nihilisme, en is Empedokles een nihilist? De leerlingen geven ieder hun eigen definitie van nihilisme. Nihilisten geloven nergens in, erkennen het bestaan van andere dingen niet, en het leven interesseert ze geen zier. Zij  erkennen niks en geloven dat er niks is. Zij verwerpen en ontkennen van alles. Niks maakt voor hun verschil. God is dood, en sindsdien is er alleen toeval. Zij hechten nergens meer waarde aan en nemen een passieve houding aan. Zij reduceren alles tot een naakt bestaan en zwemmen in de oneindige zee van het niets.

Zo ongeveer zien zij het nihilisme. De vraag of Empedokles een nihilist is, beantwoorden zij ontkennend. Alle leerlingen zeggen nee. Nee, want anderen zijn afhankelijk van hem. Nee, want hij wil God zijn en mensen leiden. Nee, want hij ziet zichzelf als God, en is dus geen nihilist. Nee, je kunt sowieso geen nihilist zijn. Nee, want Empedokles  is voor zichzelf het enige goede in zijn eigen wereld. Nee, want hij houdt nog van bepaalde mensen en dingen. Nee, want je kunt niet zonder erkenning haten. Nee, want anders was hij niet getrouwd.

Mijn opvatting dat Empedokles een revolutionair is die worstelt met het ontbreken van een rechtvaardiging voor de manier waarop Agrigente wordt bestuurd, vind bij de klas geen weerklank. Ik vind dat Empedokles een nihilist is, omdat hij twijfels koestert of er überhaupt een legitimatie voor politieke beslissingen bestaat. Dit wordt door de klas niet gedeeld.

9.10.2014 De grondeloze grond van de wet

In het tweede fragment legt Empedokles aan de inwoners van Agrigente uit dat zij een nieuwe fase in hun geschiedenis in kunnen gaan wanneer zij een democratie stichten op basis van de individuele vrijheid van de burgers. Maar voordat je aan een democratie kunt beginnen, moet je al vrij zijn. Vrij zijn die mensen die beseffen dat zij zelf ervoor kunnen kiezen te sterven. Zelfmoord is de hoogste vrijheid. Door over de mogelijkheid van je zelfgekozen einde na te denken, ook al is het maar een gedachtenexperiment, word je vrij. En je moet een vrij mens zijn voordat je aan de democratie kunt beginnen en deelnemen. Wat vinden de leerlingen van deze opvatting?

Het eerste dat de leerlingen opvalt is dat Empedokles oproept tot veranderingen, maar ook inziet dat mensen daar gewoonlijk tegenop zien. Leerlingen weten maar al te goed dat het moeilijk is patronen, rollen en conventies te doorbreken. Bovendien wantrouwen zij deze opvatting over zelfmoord. Zij vinden die tegenstrijdig aan huidige opvattingen en willen hem niet volgen. Empedokles roept irritatie op bij de klas. Men vindt hem teveel overtuigd van zijn eigen gelijk.

Maar er zijn ook leerlingen die Empedokles’ leerstuk vergelijken met de vrijheid zoals Plato die beschrijft in zijn grot-vergelijking. Empedokles staat geheel in het licht van de door hem geschouwde idee en kan zich door de reinigende dood opnieuw uitvinden zoals ook Plato heeft onderwezen. Deze vergelijking is belangrijk omdat de les ook is bedoeld om meer over de oudheid te weten te komen en te zien dat andere mensen in de geschiedenis echt anders hebben gedacht dan wij.

Empedokles’ zelfmoordplan moet dus anders dan wij tegenwoordig doen niet worden gezien als een daad van wanhoop en depressie, maar als een keuze tot vernieuwing. Door vrijwillig een einde te maken aan je leven, ga je volgens hem op in de natuur waarvan je vandaan komt. Dit verlies van individualiteit is voor Empedokles een verjongingsbad en een vorm van lust en extase. Iets vrolijks en niet iets droevigs. Hij vertrouwt op de reïncarnatie. Omdat deze vrije keuze aan de basis van de democratie ligt, kun je de woorden van Empedokles interpreteren als de grondeloze grond van de wet. (2)

16.10.2014 Manes provoceert Empedokles

Maar kan Empedokles wel waarmaken dat de stad een nieuwe fase ingaat met zijn dood? Zal het offer (want dat is het) helpen en gaat het wel om een historische daad, een keerpunt in de geschiedenis? Hölderlin voert een nieuwe figuur in het stuk in. Zijn naam is Manes. Hij dwingt Empedokles tot bezinning over zijn claim. Daarbij verwijst hij naar Dionysos en Christus. Is Empedokles net zo’n redder en verlosser als zij? Is zijn offer vergelijkbaar met dat van brood en wijn? Is hij werkelijk de vertegenwoordiger van de Heilige Geest, de verbinder van hemel en aarde, en de vernieuwer van de geschiedenis? Natuurlijk ontstaat er hilariteit in de klas wanneer ik uitleg dat geest en gist verwante woorden zijn, en vertel dat Jezus water in wijn heeft veranderd. Vinden de leerlingen net zoals Manes dat Empedokles niet waar kan maken wat hij zegt, of hebben zij een andere mening?

Sommige leerlingen begrijpen ook na herhaaldelijk uitleggen niet waar het over gaat. Het stuk wijkt te veel af van wat zij gewend zijn. Maar andere leerlingen trekken volop parallellen met Plato en beseffen dat men in de oudheid anders over dood en zelfmoord dacht dan wij. Er is wel een soort consensus dat Manes de verkeerde weg inslaat als hij Empedokles zo uitdaagt met zijn vragen. In plaats van hem te kalmeren, provoceert hij hem. Toch maakt de vastberadenheid van Empedokles wel degelijk indruk en zijn de leerlingen benieuwd naar de afloop van het strijdgesprek tussen beide mannen. Manes kiest in hun ogen voor de verkeerde aanpak.

29.10.2014 De repliek van Empedokles

Aan het begin van de les vraag ik één van de leerlingen kort samen te vatten wat we de vorige keer hebben behandeld. Dat lukt prima. Dan vraag ik de leerlingen of zij op willen schrijven hoe zij denken dat Empedokles op de woorden van Manes zal reageren. De klas geeft de volgende antwoorden:

Empedokles heeft kritiek op Manes. Empedokles wil springen voor het volk, hij is een uitzonderlijk iemand. Alles is één, Empedokles brengt alles tot rust in een nieuwe toestand. Hij is overtuigd van zichzelf. Hij reageert door dezelfde uitdagende en spottende toon te gebruiken als Manes. Hij gaat ertegen in. Manes begrijpt hem niet. Het gaat niet om recht en eer en eigenlijk ook niet om een offer, want Empedokles is zijn leven zat. Het wordt een filosofische discussie over idealen: Empedokles blijft op een rustige manier bij zijn standpunt.

De leerlingen lezen nu in stilte Empedokles’ repliek op Manes. Zij hebben veel moeite met het Duits. Om ze te helpen, zet ik in het Duits de voornaamste trefwoorden uit de tekst op het bord en leg ik de tekst uit. Het gaat om Empedokles’ bekommernis met het arme volk. Hij blikt terug op een eerder stadium van het oproer toen iedereen in paniek was en er een wetteloze situatie heerste. Empedokles interpreteert deze fase in de burgeroorlog als de scheidende God van zijn volk.

Maar nu zijn we in een nieuwe fase belandt. Empedokles vindt dat hij de revolutie alleen maar kan beëindigen en een nieuwe democratische fase op Sicilië in kan luiden wanneer hij zichzelf offert. En dat doet hij des te liever omdat hij in de dood het leven ziet. Vandaag nog zal het feest zijn en zal er een ceremonie plaats vinden waarbij God  hem wegneemt in een bliksemstraal. Bij deze plechtigheid vindt hij een vrije dood naar goddelijke wet. Empedokles nodigt Manes uit met hem samen te gaan, maar als hij niet mee wil, moet hij zijn mond houden en zich van een oordeel onthouden. Het blijkt dus dat de dingen gaan zoals de leerlingen hebben voorspeld.

Tot slot van de les vraag ik de leerlingen wat zij denken. Geeft Manes Empedokles gelijk of niet? De stemmen zijn ongeveer fiftyfifty verdeeld. Wat blijkt? Manes geeft Empedokles gelijk en zal aan het volk uitleggen dat Empedokles de heiland en verlosser is.

Tijdens deze les waren er drie vermeldenswaardige interventies van leerlingen. Eén leerling merkt op dat als alles één is, het verschil tussen leven en dood niet zo belangrijk kan zijn voor Hölderlin als voor ons. En dat is ook inderdaad zo, dat komt door Hölderlins pantheisme, door zijn identificatie van de natuur met God. In de natuur vormen leven en dood een eenheid in de vorm van een doorlopende cyclus.

Een tweede leerling gaat hierop door. Als je niet meer bang bent voor de dood, of als je zelfs naar de dood verlangt, dan ben je nergens meer bang voor en altijd rustig. Hölderlins Empedokles wil ons inderdaad van de angst bevrijden, en hierin zie je vooral de invloed van de Stoa op Hölderlin.

Een derde leerling vertrouwt het allemaal niet. Is Empedokles niet een soort populist en preludeert zijn doodsdrift niet op Hitler? Mijn reactie is dat rond 1800 Hitler nog in geen velden of wegen te bekennen was, maar dat het juist is dat Hölderlin als één van de eersten de doodsdrift heeft benoemd en een toneelstuk heeft gemaakt over het doodsverlangen. Hölderlin komt de eer toe als eerste de betekenis van het doodsverlangen in de westerse cultuur te hebben gezien. Daarop zegt de leerling dat hij nou eenmaal heel erg wantrouwig is tegenover alles en iedereen. Ik vraag hem dit punt op het eindexamen verder uit te werken en te kijken of hij zijn stelling over populisme met argumenten kan onderbouwen.

30.10.2014 Empedokles in trance

Vandaag bekijken we het werk van twee kunstenaars, Marcel Wesdorp en Otto Egberts. Heeft hun werk met Empedokles te maken? Kan het ons helpen hem beter te begrijpen? En omgekeerd, helpt het vocabulaire van Hölderlin ons dichter bij deze kunst te komen? We bekijken een filmpje en foto’s van Wesdorp en bladeren door reproducties van schilderijen van Egberts (Tot ergens aan voorbij). Wat valt de leerlingen op?

In de hartslag op het filmpje van Wesdorp valt op hoe constant die is. Als dit de hartslag van Empedokles kort voor de sprong moet voorstellen, dan zou je toch nu wat meer versnelling verwachten. Maar een andere leerling vindt dat de puls juist kalmer zou moeten zijn. Empedokles is rustig, vastbesloten en staat kort voor de vervulling van zijn verlangen. De meningen lopen uiteen als het gaat om de stemming die het filmpje oproept. Sommigen vinden het tragisch en onheilspellend, anderen veel meer een droom, een trance, een zingende sirene. Het filmpje geeft in zijn kaalheid wel mooi de vrijheid weer, een op jezelf terugvallen en over je eigen lot beschikken zonder welke invloed ook maar.

Ik vertel de klas dat Wesdorp de link met Empedokles een legitieme interpretatie van zijn werk vindt. Ik vond het zelf beklemmend toen ik het voor het eerst zag. Ik kreeg er een nachtmerrie van en voelde me in de beelden opgesloten. Ik wilde eruit. Maar ik weet ook dat veel mensen het heerlijk vinden ernaar te kijken en het gevoel  krijgen dat ze zweven. Een leerling vatte de discussie mooi samen: beklemmend voor ons, bevrijdend voor Empedokles.

Aan het werk van Egberts valt de klas op dat er alleen absolute kleuren zijn, niets is relatief, al het relatieve is weggehaald, er is niets om naar te kijken, de blik gaat naar binnen. Er is geen link met Empedokles, er is wel een heel erg puur beeld van de natuur. Dit kan nooit de Etna zijn. Of toch wel? De schilderijen stralen dwang en onwetendheid uit, het leven wordt uit je getrokken als je ernaar kijkt. Over één van de schilderijen met een scheiding tussen onder en boven, tussen de aarde en het bovenaardse merkt een leerling op dat het alles met Empedokles te maken heeft want hij doorbreekt die scheidslijn. Dat maakt Empedokles tot een pionier en een martelaar voor het volk.

Ik vertel de leerlingen dat Egberts het niet met mijn link naar Empedokles eens is. Zijn werk bedoelt niet je een kans te geven in de diepte te springen, maar wil je wakker schudden en aan het denken zetten. Zijn schilderijen hebben Hölderlin niet nodig maar zijn bestemd voor mensen die zelfstandig en op eigen kracht denken.

Deze les is mij iets bijzonders opgevallen dat mij bevestigt in mijn aanpak. Het heeft geen zin leerlingen naar hun gevoelens te vragen als je ze niet ook een taal aanreikt om die gevoelens onder woorden te brengen. Aan het begin van de cursus heb ik de leerlingen het werk van Wesdorp en Egberts laten zien, maar zonder dat er ook maar iets gebeurde in de klas. Er is een enorm verschil tussen die eerste keer en de les van vandaag. De eerste keer vond de klas het filmpje van Wesdorp zo saai, dat één leerling zelfs zei: “Wanneer begint het nou?” Opvallend is dat leerlingen in deze les veel alerter reageren en er boven op springen met hun reacties en de gevoelens die bij hen opkomen. Zo belangrijk is context om überhaupt iets over kunst te kunnen zeggen. Leerlingen hebben een taal nodig om iets te kunnen zien, een kader om zich aan te laten spreken.

Wat voor de kunst geldt, geldt sterker nog voor de zelfmoord. Empedokles biedt een taal aan om anders over zelfmoord na te denken dan gewoonlijk. Hij kijkt er onbevangen tegen aan, waardoor het onderwerp uit de taboesfeer wordt gehaald. Leerlingen zien dat ook. Zelfmoord houdt adolescenten sterk bezig. Omdat het thema wordt losgekoppeld van depressiviteit en gepsychologiseer, en meer nog zijn metafysische waardigheid terugkrijgt, is Hölderlin voor mij de auteur die bij uitstek geschikt is om jonge mensen in hun ontwikkeling bij te staan.(3)

03.11.2014

Dan komt het schoolexamen Duitse literatuur. Ik leg de leerlingen 5 stellingen voor waarover eerder in de les al is gediscussieerd. De leerlingen weten van te voren dat zij op deze stellingen moeten reageren en hebben zich optimaal kunnen voorbereiden. Lees hier wat zij zelf over de stellingen zeggen en welke gevoelens de stellingen oproepen:

Stelling 1 luidt: Het eerste fragment geeft in één lange zin de gemoedstoestand van Empedokles weer. Deze stemming kan het best gekenschetst worden als nihilisme. Ben je het met deze karakteristiek eens of oneens?

Van de 12 leerlingen die de toets hebben gemaakt zijn slechts 2 leerlingen het met de stelling eens, en 10 niet. Nihilisme is dat je in niets gelooft, maar Empedokles zou God willen zijn. Nihilisme is als gevoel moeilijk te bereiken want het is onmogelijk nergens in te geloven. Men vindt Empedokles sympathiek en arrogant. Je voelt dat hij de hoop heeft opgegeven en dat hij klaar is met de wereld. Dat roept medeleven en begrip op.

Stelling 2 luidt: Empedokles fundeert in ons tweede fragment de democratie op de menselijke vrijheid en baseert die vrijheid op het zelfbeschikkingsrecht van het individu over het eigen leven. Ben je het met Empedokles eens of heb jij een andere opvatting over democratie?

Kon men zich in de eerste stelling nog wel inleven, in stelling 2 is dat veel minder het geval. De score is nog wel identiek, 2 eens, 10 oneens. Veel leerlingen vinden de definitie van Empedokles te ver gaan. Men blijft erbij dat democratie een systeem met regels is, dat hoe dan ook vrijheden beperkt. Men kan niet iedereen zijn zin geven. Meerderheid van stemmen is al heel wat. Maar er zijn ook andere opvattingen. Is democratie sowieso eigenlijk wel mogelijk? Is deze opvatting van vrijheid niet te radicaal? Maar toch is er ook één iemand die het helemaal met Empedokles eens is en hem als een wijze leider ervaart omdat hij de angst voor de dood wegneemt.

Stelling 3: In ons zesde fragment is Empedokles “der Berufene, der töte und belebe, in dem und durch den  eine Welt sich zugleich auflöse und erneue”. Ben je het met Manes eens of oneens?

Deze stelling roept de meeste weerstand op. De stemverdeling is opnieuw 2 eens, 10 oneens. Men gelooft niet in een offer of in de zondebok. Deze opvatting wordt als achterhaald afgedaan en roept hier en daar ook wel verontwaardiging op. Toch zijn er ook leerlingen die het wel met Manes eens zijn. Zij zien in Empedokles een Messias en een Christusfiguur. Zij voelen in dit stuk wel iets van een religieuze verlossing.

Marcel Wesdorp

Stelling 4: Wesdorps film Out of Nothing doet sterk aan Empedokles denken. De antraciete hellingen zijn de randen van de Etna. De puls is de hartslag van Empedokles. Het zijn de laatste voetstappen van Empedokles voordat hij in de krater springt. Eens of oneens?

Opmerkelijke uitslag: fiftyfifty. Leerlingen die het niet eens zijn, vinden de hartslag te rustig. Ze zou sneller moeten gaan omdat Empedokles gaat springen. Anderen die het niet eens zijn met de stelling, vinden dat de hartslag klinkt als op de vlucht. Leerlingen die het eens zijn met de stelling, herkennen de rust die hoort bij Empedokles’ vastberadenheid. Jastemmers ervaren sereniteit en gelatenheid, een ontwaken uit het niets. Men is ontroerd door de mooie gedachte. Bij de nee-stemmers zit iemand, die gelooft dat het niet Empedokles zelf is, maar iemand die na hem het pad nog eens bewandelt zonder zelf te springen. Al met al gebruikt de klas bij deze stelling meer haar fantasie dan bij de eerste drie stellingen. Er wordt nu veel meer in beelden gedacht.

Otto Egberts

Stelling 5 tot slot: Via Empedokles is er verwantschap tussen Marcel Wesdorp en Otto Egberts. De link tussen Empedokles en Egberts is dat zij allebei ergens aan voorbij zijn, en wel aan het alledaagse en aan het betrekkelijke. Alles, wat relatief is doet Empedokles pijn. Vandaar zijn verlangen naar het absolute. De schilderkunst van Egberts documenteert dit absolute. Zijn schilderijen maken een meditatie mogelijk waarbij je één wordt met de wereldziel. Het zijn mystieke schilderijen. Zijn schilderijen moeten niet anders dan de film van Wesdorp gelokaliseerd worden op de hellingen van de Etna, dichtbij de krater. Eens of oneens?

Opnieuw is de stemverdeling fiftyfifty. De aardse kleuren van de schilderijen van Egberts doen aan steen denken, en dat is geen toeval want steen is een absoluut voorwerp. De schilderijen spelen zich niet af op de Etna, zij zijn het graf van Empedokles. De schilderijen gaan niet over Empedokles, maar over Manes, die is achtergebleven en voor wie het vergeten al is begonnen.

Noten

1.

Eén van mijn leerlingen die de cursus over de Athenerrede heeft gevolgd, merkt op dat hij zich bij de lectuur van Kleist vrijer voelt dan bij Hölderlin, en dat hij liever klassieke Duitse literatuur leest dan contemporaine, zoals Spieltrieb van Juli Zeh, die wij in de vierde klas hebben gelezen. Die roman over de school van nu komt te dichtbij, het is de afstand in de tijd die schrijvers als Hölderlin en Kleist zo attractief (en ook wel minder bedreigend) maakt.

2.

De leerlingen uit deze klas hebben niet allemaal in de derde klas Kafka gelezen en een proefwerk gemaakt over Vor dem Gesetz. Daarom komt de volgende stelling niet aan de orde tijdens deze cursus. Kan de man van het land bij Kafka de wet niet binnen dringen, en blijft het schitterde licht achter de poort hem overweldigen zonder hem tot een stap te kunnen bewegen, dan voelt Empedokles zich mateloos aangetrokken tot het absolute, en verwacht hij met zijn sprong in de Etna definitief de nieuwe wet voor Agrigente in te stellen en zo een nieuwe periode voor de stad in te luiden. Terwijl de man bij Kafka zijn eigen identiteit op het spel zet door te blijven wachten, schenkt Empedokles zichzelf helemaal weg en verkwist hij zichzelf zoals je een parel in de zee werpt. Wellicht dat deze stelling nog eens in een volgende cursus aan de leerlingen kan worden voorgelegd.

3.

Goethe was een oudere tijdgenoot van Hölderlin. Met zijn Werther heeft hij een ware zelfmoordhype ontketent. Maar Goethe heeft niet de onbevangenheid van Hölderlin. De zelfmoord vindt bij hem plaats uit liefdesverdriet en een gevoel van miskenning. Toch heeft ook hier de literatuur een heilzame werking gehad. Werther pleegt zelfmoord, Goethe niet.

Advertenties