Pierre Tal-Coat op het web

Voor de inhoudsopgave van deze blog druk op de zwarte knop rechts boven.

 

 

Wie was Pierre Tal-Coat? Deze Franse schilder en graficus leefde van 1905-1985. In Nederland is er tot nu toe helaas wat weinig aandacht aan hem besteed. Ik vind dat ten onrechte. Er bestaat een officiële website over hem met plaatjes van al zijn werk en een levensbeschrijving. Het loont de moeite hier eens een kijkje te nemen en je de vraag te stellen wat hier eigenlijk gebeurt? Aan de ene kant lijkt het alsof hij zich vanuit figuratief expressionistisch of kubistisch werk ontwikkelt naar een geheel eigen en zeer radicale abstractie. Maar in die abstractie, meestal van het landschap en een enkele keer van een figuur in het landschap (figuur die dan net zo eenzaam is als K in Kafka’s Schloss) is toch ook een zeker realisme herkenbaar. Soms lijkt het zelfs net alsof het schilderij gewoon uit het landschap is weggesneden en een stuk natuur is.

Tal-Coat heeft over zijn eigen werk geschreven, het is echt een denkende kunstenaar, en hij heeft de dialoog gezocht met dichters en filosofen die niet alleen over zijn werk hebben geschreven, maar ook samen met hem kunstenaarsboeken hebben gemaakt. Een van die livres d’artiste bevindt zich in de Koopman Collectie van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het gaat om Sur le pas dat tot stand kwam in samenwerking met de dichter André du Bouchet.

Op de officiële website staat een korte documentaire uit 1983 die je ook op YouTube kunt vinden met als titel L’atelier ouvert, gemaakt door Michel Dieuzaide. Laten we als eerste deze film bekijken. Ik schrijf op wat ik zie en wat ik hoor.

We zien de schilder door de tuin bij zijn atelier scharrelen, we zien de verweerde balkconstructie van een vakwerkhuis en de schors van een kastanjeboom. Duidelijke referenties in zijn werk. Het pad door die tuin heen en verder brengt de schilder in contact met zijn opgave, met wat hij moet doen. Vroeger maakte hij lange wandelingen. Maar dat kan nu niet meer. De meester is oud, zijn handen trillen. Hij heeft een bamboestok in zijn hand en hij fluit.

Hij kijkt naar zijn eigen werk en zegt dat hij het nodig heeft om dingen te zien die hij daarvoor niet zag. Het gaat hem erom het punt te bereiken van waaruit hij de afgelegde weg kan overzien. Het ene ogenblik in ruimte en tijd waar alles om draait. Tal-Coat spreekt over l’instant, maar in het Nederlands kennen wij het woord ogen-blik dat zich zowel in de ruimte als in de tijd afspeelt en een hoogtepunt van concentratie behelst.

Dit ogenblik zoekt hij en probeert hij te vangen in zijn schilderijen. Die schilderijen moeten wachten. Sommige zijn ontstaan op momenten van ongeduld en wanorde. Maar Tal-Coat vertelt dat als hij langer wacht zij voor hem steeds belangrijker worden. Om het ogenblik te kunnen vangen hoeft hij de dingen niet aan te raken. Het is genoeg ernaar te kijken. Dat kijken doet hij tijdens de wandeling. Lopen brengt hem in contact met de elementen. Hij noemt aarde, water, lucht en steen. Onwillekeurig moet ik aan Empedokles denken, maar die noemt het vuur in plaats van steen.

Je ziet op zijn schilderijen en schilderijtjes veel vormen terug die zo uit de omgeving lijken te komen. Het gaat erom die vormen en die elementen tot aanwezigheid te brengen. Het gaat dus om een hele elementaire en basale ervaring, die echter zonder de kunst niet tot stand lijkt te kunnen komen.

Op nieuw moet ik daarbij aan Hölderlin denken. Kan kunst een onmiddellijke ervaring te weeg brengen? Hölderlin vindt van wel en denkt daarbij aan het ogenblik waarop in de tragedie de goden rechtstreeks ingrijpen in de menselijke samenleving. Ook bij  Tal-Coat brengt de kunst een directe ervaring van het landschap met zijn luchten, zijn kiezels en zijn stenen. Is er bij Hölderlin nog sprake van een transcendentie, van een godenwereld die tegelijkertijd boven ons is verheven, maar zich ook aan ons onttrekt – bij Tal-Coat is er geen geschiedenis meer en is de wereld gekrompen tot alleen maar wat je kunt zien. “Wij denken de wereld te kennen” – schrijft Tal-Coat ergens in een catalogus, “maar in werkelijkheid worden wij slechts door haar bezocht.”

Tal-Coat kan zijn ervaring met de natuur niet onder woorden brengen omdat hij er middenin zit. Voor hem is de ervaring van het licht doorslaggevend. Hij ervaart het licht als duizelingwekkend en zegt dat een oppervlak waarover geen licht strijkt voor hem ondragelijk is. Al met al leidt zijn werk hem tot een staat van vrijheid en opluchting, ook al kan hij het niet zonder dwang tot stand brengen.

De tweede film die ik wil voorstellen is niet zo gemakkelijk te vinden. Hij heet Le ciel n’est pas distinct de la terre en is gemaakt door Sarkantyu Illés. Aan het woord komen vrienden, kennissen en kenners van Tal-Coat. Ook hier wordt veel aandacht besteed aan de vergaande gelijkenis tussen het werk en het landschap, aan de overeenkomst tussen beeld en natuur. Er wordt ook uitvoerig ingegaan op het grafische werk, op de totstandkoming van de livres d’artiste, en op de samenwerking met André du Bouchet.

Spiritualiteit speelt een voorname rol bij alle kenners die aan het woord komen en men ziet heel goed dat de materie hier zelf lijkt te beginnen met denken. Aan het slot van deze documentaire ontbrandt dan ook een ware richtingenstrijd tussen mensen die Tal-Coats werk opvatten als figuratief en als het meest realistische realisme dat er is, en mensen die het zien als de meest abstracte abstractie. (Anne de Staël, de tweede echtgenote van André Du Bouchet opent op 45.20 het debat met de uitspraak “Pas de représentations, pas de représentations…”) Maar wat zou het betekenen wanneer beide partijen gelijk hebben?

Tot slot wijs ik op de oevrecatalogus van de schilderijen van Tal-Coat: en op de oeuvrecatalogus van het grafische werk.

 

Illustratie

Bij de als eerste besproken film verscheen in 1983 bij de Parijse uitgeverij Clivages een boekje: Vers la courbure… L’atelier de Pierre Tal-Coat vu par Michel Dieuzaide met foto’s van het atelier en uitspraken van de schilder. De foto toont het omslag.