Proberen niet driftig te worden…

Reacties van cursisten op illustraties van Marcel Wesdorp en Bram van Velde bij teksten van Friedrich Hölderlin

Eric Bolle is filosoof en geeft cursussen over wijsbegeerte. Begin 2021 heeft hij voor HOVO Utrecht een cursus gegeven over Hölderlin als filosoof. HOVO betekent Hoger Onderwijs voor Ouderen. Ongeacht vooropleiding staat de cursus open voor iedereen vanaf vijftig jaar. Als indicatie voor het niveau geldt eerstejaars universiteit.

Centraal stond de onlangs verschenen Nederlandse vertaling van Safranski’s Hölderlin boek. (1) Behalve over dit boek is ook gesproken over enkele gedichten en filosofische teksten van Hölderlin.

Een aantal sessies waren gewijd aan Bolles vertalingen van Hölderlins stukken over Sophokles en Pindarus. Deze stukken zijn in samenwerking met de beeldende kunstenaar Marcel Wesdorp gepubliceerd op de website Bewijsbare Mythen. De illustraties bij de tekst zijn van diens hand. (2)

Bolle doet hier verslag van enkele bijeenkomsten tijdens de cursus en hoe de deelnemers hebben gereageerd op de illustraties. Behalve naar Marcel Wesdorp (1965) is ook gekeken naar illustraties van Bram van Velde (1895-1981) bij Friedrich Hölderlin (1770-1843).

01.03.2021

Aan het einde van de les geef ik de cursisten instructies mee voor het geval zij voor de volgende keer de behandeling van Hölderlins opmerkingen over Sophokles’ Oedipus willen voorbereiden. Het gaat om een heel moeilijke tekst die niet eerder in het Nederlands is vertaald en voor zover ik weet voor het eerst hier in een seminar wordt besproken. Voor Nederland gaat het waarschijnlijk om een première. Ook in Duitsland zijn seminars over deze stukken eerder uitzondering dan regel. Mijn aanbeveling luidt toch vooral niet driftig te worden wanneer men probeert de tekst te lezen, maar het rustig een paar keer te proberen zonder irritaties. In geen geval dient men zich zelf verwijten te maken wanneer men de tekst niet snapt.

Om in de stemming te komen en misschien de toegang te vergemakkelijken laat ik de cursisten Wesdorps illustratie zien bij Hölderlins opmerkingen over Oedipus. Dan vraag ik de deelnemers (het zijn er elf) in trefwoorden zonder er al te veel bij na te denken op te schrijven wat er bij ze opkomt wanneer zij naar deze plaat kijken.

De trefwoorden zijn vernauwing, vogelperspectief, bergruggen, monochroom, bergkam, wandelen in de Abruzzen, sneeuw, breuklijnen, fossielen, vergeten tijden, strijd, golvend meebewegen, kou, koude, oneindig – eindige natuur, conflicten, Alpen, sneeuw, groots – klein, microgolven, elektronenmicroscoop, negatief van de Grand Canyon, vreugde en ontzag, tedere huid met schaamhaar, als een laken over een dode, diepzeeregistratie, foto ijsmassa Noordpool.

08.03.2021

Aan het begin van de les vertellen de deelnemers over hun eerste ervaringen bij de lectuur van Hölderlins Opmerkingen over Sophokles. Men vindt het moeilijk de brokstukken tot één geheel te smeden maar geeft wel graag toe aan het beroep op de inbeeldingskracht dat door de tekst wordt gedaan. Je krijgt vanzelf beelden. Men bespeurt Hölderlins ambitie de ambachtelijke kant van de poëzie onder de aandacht te brengen. Hij geeft een soort handleiding voor het schrijven van een tragedie en stelt zelf aan de orde wat er voor nodig is om zo’n stuk te schrijven en te begrijpen. Ook het pleidooi voor dichter als vaste baan in overheidsdienst ontsnapt niet aan de aandacht. Er is ook iemand die het stuk heeft gelezen zonder op het begrijpen ervan uit te zijn. Dat is gelukt. Het stuk geeft een bijna fysieke ervaring. Men krijgt een schok, men wordt geraakt. Tot zover de eerste indruk.

Hölderlin wil met zijn Opmerkingen over Sophokles dat men beseft dat in Athene iedereen naar het theater ging en daar keek naar toneelstukken waarvan men de stof en de strekking al helemaal kende. Het was niet alleen theater, maar ook een religieuze ceremonie. En het had een politieke dimensie: gemeenschappelijk kijken naar de eigen geschiedenis in het licht van de mythe. Sophokles was niet alleen schrijver, maar ook priester en staatsman.

Het stuk zoals het door Hölderlin wordt geïnterpreteerd laat zien hoe het absolute in de geschiedenis inbreekt. De in god gepersonifieerde natuurmacht neemt bezit van de stad door de pest, en verwoest het leven van Oedipus om de mensen aan de goden te herinneren. Thebe is de weg kwijt, de stad is niet op orde, het openbaar bestuur schiet te kort en de natuur als basis van de samenleving en bron van alle rijkdom wordt onvoldoende gerespecteerd. Bovendien betrekt Oedipus alles op zich zelf, hij wil koste wat het kost weten wie hij is. Op ziekelijke wijze zoekt hij een bewustzijn.

Oedipus is het drama van de kennis en het zelfbewustzijn. Van het zich boven de orde en boven de natuur plaatsen terwijl men nauwelijks zicht heeft op zichzelf. Maar het is wel een noodzakelijk drama. Doordat de mens en de god elkaar wederzijds verraden krijgt het mens zijn ook een eigen gestalte, een specifiek eigen karakter. Met alleen maar vroomheid en de goden navolgen gebeurt er niets. Geschiedenis ontstaat pas door onenigheid. Zonder die onenigheid is ook niet de radicale verandering mogelijk die Hölderlin voor ogen staat. Aan de andere kant kan de maatschappij pas veranderen wanneer ook de natuur, de goden daarmee instemmen.

Zoals één van de deelnemers het onder woorden brengt sticht de tragedie verwarring over bestaande constructies. Is dat wel nodig om het absolute te bereiken? In reactie op die vraag merk ik op dat het absolute hier niet langer het lieflijke al-eenheidsgevoel is dat wij kennen van de zee die aan Hyperion vraagt of hij wel van haar houdt. Het absolute is gewelddadig geworden en breekt in om aan zijn bestaan te herinneren. Hoewel voor de toeschouwer in retrospectief het tragische gebeuren tot harmonie leidt en metafoor is van de intellectuele aanschouwing.

Terecht merkt de cursist op dat het maar de vraag is of Oedipus wel beseft dat hij in een tragedie zit. Is Hölderlin niet veeleer zelf Oedipus of is Oedipus een soort vader voor hem? Dat denk ik wel. Hölderlin is altijd op zoek geweest naar een vader en troost ergens in zijn waanzinsgedichten Oedipus met de woorden: “Leven is dood en dood is ook een leven.” Dat laat wel zien hoe dicht Oedipus en de dichter bij elkaar staan. Lacan merkt ergens op dat psychosen ontstaan wanneer men geen helder antwoord heeft op de vragen: ben ik ouder of kind, man of vrouw, levend of dood? In die zin heeft Hölderlins troost voor Oedipus zeker iets psychotisch. Maar men kan dat niet wegdenken wanneer men de totaalervaring in het centrum van de cultuur wil stellen want in die totaalervaring kan er geen verschil zijn tussen leven en dood.

Een andere deelnemer wijst op het profetische karakter van de tekst. Hölderlin is zijn tijd ver vooruit. In het licht van wat wij meemaken moet meer dan ooit over natuur worden nagedacht. En dan komt de vraag: Eric, wat zou jij doen als jij nu Hölderlin was? Daar moet ik wel even over nadenken. Ik vind dat wat wij meemaken geen tragedie is maar een farce, farce die natuurlijk wel een tragedie kan worden. Maar dat zie ik nog niet zo. Wij zijn mensen zonder lot wier bestaan geen inzet heeft. Ik vind dat als wij er toe willen doen wij Hölderlins project op ons moeten nemen, de betekenis van de natuur opnieuw doordenken en op basis daarvan weerloos raad geven. Als ik Hölderlin was zou ik precies doen wat ik nu doe: deze cursus geven. (3)

Aan het slot van het college stel ik de vraag of de plaat van Wesdorp heeft geholpen dichter bij de tekst te komen. Sommigen vinden van wel, anderen minder. Maar men wil het nog wel eens met Antigone proberen. Als reactie op de illustratie geven de cursisten de volgende trefwoorden: akker en zee, vogelperspectief, akker, woestijn, dichtheid van een bos, benauwd, Waddenzee bij eb, zand, lagen, oneindig, horizon, sporen, huid, drooggevallen zee; akker – veilig – vroeger versus de planeet Mars en de dood; lege onherbergzame woestijn, bewerken van de aarde, klieven, kerven, snijden, landschap op een onbekende planeet.

15.03.2021

Ik begin de les met te wijzen op drie belangrijke nieuwe publicaties. De eerste is de aankondiging van de Nederlandse vertaling van Giorgio Agambens columns over de coronacrisis. (4) Agamben schetst hierin het beeld van een Europa dat niet langer als democratie kan worden betiteld en ten onder is gegaan aan wat hij noemt een medische dictatuur. De enige troost die hij ziet ligt in Hölderlin en in het dichterlijke wonen zoals Hölderlin dat heeft gepraktiseerd in zijn toren in Tübingen. Daarover gaat de tweede publicatie die ik wil aanbevelen, en wel de prachtige blog die Anton Simons dit weekend aan dit thema heeft gewijd. (5) En ook dit weekend verscheen een derde voor ons belangrijke publicatie, en wel Marcel Wesdorps graphic novel over Hölderlin met mooie illustraties uit de nieuwste fase van zijn werk. (6)

De les is gewijd aan Hölderlins visie op Antigone. Zij markeert een hoogtepunt in de Griekse cultuur. Het vertrekpunt van de Grieken is hun Oriëntaalse aard, de zon, de geestdrift, het in beslag genomen worden door het licht en de warmte. De grandeur van de Griekse kunst bestond erin zich hierdoor niet te laten overweldigen maar de natuurkrachten helder als goden te presenteren. Dat zie je aan hun sculpturen en aan hun architectuur. Helaas hebben de Grieken in de loop van de tijd hun geestdrift laten varen en zijn ze steeds formeler geworden. Zij verliezen hun plastische kracht en verzanden in steeds meer van het zelfde.

Bij ons Noord-Europeanen is precies het tegenovergestelde het geval. Wij kunnen goed organiseren en een heldere presentatie van de dingen is bij ons het uitgangspunt. Alleen, ons ontbreekt het aan pathos. In Hölderlins ogen ontbreekt het ons aan enthousiasme en zouden wij eindelijk geestdriftig moeten worden. Wij doorlopen dus dezelfde baan als de Grieken maar in tegengestelde richting. Zij gaan van geestdrift naar nuchterheid, wij van nuchterheid naar geestdrift. Daarom is de oudheid belangrijk voor ons maar niet langer het voorbeeld dat wij moeten navolgen. Hölderlins breuk met het classicisme.

Antigone belichaamt het moment waarop de mens zich los maakt van het lot en helderheid verschaft wie zij werkelijk is. Zij brengt een revolutie teweeg door de maatschappij te bekijken vanuit het standpunt van de dood. Zij wil ondanks het verbod haar broer begraven ook al wordt zij daarom ter dood veroordeeld. Haar god beveelt haar dat, en met behulp van haar god, die van de ongeschreven wetten, trekt zij ten strijde tegen de traditionele god van de bureaucraat Kreon die alleen maar staat voor de instituties en hun overlevering. Assertiviteit en subjectiviteit bepalen dit religieuze drama waarin opnieuw zoals bij Oedipus de god aanwezig is en verschijnt in de gestalte van de dood.

De omwenteling die Antigone aldus tot stand brengt is die van een ongelukkige vrouw. In regel 919 van de Griekse tekst, en in regel 955 van Hölderlins vertaling is dysmoros het woord waarmee Antigone zichzelf betitelt. Dat woord betekent voor het treurspel en zijn toeschouwers een opdracht met vergaande geschiedfilosofische strekking: de tirannie bestrijden. Van bijzondere betekenis is dat Hölderlin ook in zijn opmerkingen spreekt van het dysmoron. Daarmee bedoelt hij echter niet alleen het ongeluk van Antigone. Nee, hij geeft een geheel nieuwe en ongekende draai aan dit begrip. Voor hem duidt dit concept voor ons, in de moderniteit niet het ongeluk aan, maar het in het geheel ontbreken van een lot voor ons. In Hölderlins ogen moeten wij eindelijk beginnen met het verkrijgen van een lot, met het inslaan van de weg in tegengestelde richting van de Grieken, de weg die van onze nuchterheid loopt naar de geestdrift, naar de zon, naar het vuur van de hemel.

Het lotsvrije is onze zwakte. Wij willen geen risico’s nemen. Liever doen wij er niet meer toe dan een geschiedfilosofische taak op ons te nemen. Wij willen geen inzet hebben en wij willen geen inzet zijn. De grote omwenteling die Duitsland naar het evenbeeld van de Franse Revolutie zou moeten voltrekken, blijft uit. In zijn toren in Tübingen zal wat men de waanzinnige Hölderlin noemt gedichten schrijven zonder taak of opdracht, gedichten zonder geschiedfilosofische spanning over het wonen en het gewone zonder revolutionaire strekking. Gedichten uit de lotsvrije ruimte, uit het dysmoron. Het is juist deze ruimte die Agamben zo aanspreekt in een tijd waarin de coronacrisis laat zien dat zij helemaal geen crisis is omdat er niets te beslissen valt, dat de opgaven voor de democratie voorbij zijn, en dat alleen het dichterlijke wonen van Hölderlin troost biedt.

Aan het einde van de les blijkt dat Wesdorps illustratie de cursisten goed geholpen heeft zich in Hölderlins opmerkingen in te leven. Ter inleiding tot de volgende les over Hölderlins Pindarus fragmenten laat ik de deelnemers een nieuwe plaat zien.

In reactie hierop geven de studenten de volgende trefwoorden: Luchtfoto van stad, water en bos, bevroren ingesneeuwde haven, chip, Maasvlakte, lijnen en reliëf, echo opname stad aan zee, kosmische planologie, binnenste buiten, uitsteeksel, sneeuwtekening, conflict tussen systematische plattegrond en doolhof,  nazcalijnen, maquette, moderne stad uit het niets in het oerwoud geplant, zoeken naar zin of eindpunt, maquette stad in één kleur in het water en heuvelrug.

Tevens vraag ik de cursisten wat in hun ogen de zin van het leven, wat in hun ogen het hoogste is. Opnieuw in trefwoorden: liefde, God en hem dienen, intellectuele vervoering, solidariteit, liefhebben, accepteren dat er geen hoogste is terwijl ik er wel naar verlang, vervulling, vitale harmonie, liefde, rechtvaardigheid en schoonheid, schenken en offeren, goede relaties met anderen in mijn omgeving, botsing van waarden.

22.03.2021

Eerst enkele publicaties en aankondigingen. De website Wereldbrand brengt dit weekend een interview met Giorgio Agamben over diens standpunt ten aanzien van de coronamaatregelen en kondigt nog een Nederlandse vertaling aan van de bundeling van diens blogs over dit onderwerp, ditmaal bij uitgeverij Starfish Books.

Anton Simons schreef deze week een prachtige blog over vriendelijkheid bij Hölderlin. (8)

In april verschijnt nummer 2|2021 van Filosofie-Tijdschrift met daarin twee bijdragen van mijn hand, een stuk over Hölderlin op het eindexamen, en een recensie van de bundel En blauw zal alles zijn. (9) Deze bloemlezing van gedichten over de kleur blauw sluit nauw aan bij die kleur als kleur van het absolute zoals wij die zien in de teksten van Hölderlin en in de graphic novel van Marcel Wesdorp.

Intussen heeft de redactie van Filosofie-Tijdschrift besloten dat in mei-juni 2022 (dus volgend jaar) een nummer zal verschijnen over Nietzsche en het nihilisme met lessen uit de Donau-Monarchie. Ik zal als gastredacteur dit nummer samenstellen. Houdt dus de website van Filosofie-Tijdschrift goed in de gaten. Het is mijn wens parallel aan het werk aan dit nummer bij HOVO Utrecht cursussen geven over hetzelfde onderwerp. HOVO Utrecht zal voor dit najaar mijn cursus over Moraal en nihilisme bij Nietzsche aankondigen. Houdt dus ook de website van HOVO Utrecht goed in de gaten. (10)

Over naar deze les. Deze les gaat over de Pindarus fragmenten of Pindarus commentaren van Hölderlin. De tekst is zonder titel overgeleverd als een in het net geschreven handschrift en dateert van ongeveer 1803-1805. Het gaat dus om dezelfde periode waarin Hölderlin zijn opmerkingen over Sophocles schreef. Die zijn gepubliceerd in 1804. Er zijn negen stukken, bestaande telkens uit een eigenzinnige vertaling van een fragment uit één van de gedichten van Pindarus (circa 500 voor Christus), gevolgd door een niet minder eigenzinnige duiding door Hölderlin. Pindarus is beroemd door zijn odes, zijn lofzangen op de overwinnaars van de Olympische Spelen, en genoot in zijn tijd een ongekend aanzien.

Over deze Pindarus stukken ben ik veel minder zeker dan over de Sophocles opmerkingen. Mijn voorstel is ze te lezen vanuit een hypothese. Mijn hypothese luidt dat het hier gaat om een vorstenspiegel. Dit is een literair genre waarin aan een vorst of een prins wordt uitgelegd hoe hij het best zijn land kan besturen. Dat kan op realistische wijze (denk aan Machiavelli) of door aansporingen rechtvaardig en mild te zijn. Vooral de Arabische poëzie blinkt uit door het bezingen van onrechtvaardige en wrede heersers alsof ze mild en rechtvaardig zijn. De heerser wordt zo door de dichter gecorrigeerd en op het goede pad gebracht. Tenminste dat hoopt men.

Zoiets moet – denk ik – Hölderlin ook gehoopt hebben toen hij zag dat de democratie in Duitsland uitbleef en de aristocratie de kaarten opnieuw schudde. Zijn gedicht Patmos is opgedragen aan de landgraaf van Homburg, de Sophocles vertalingen zijn opgedragen aan diens dochter Auguste, prinses van Homburg. Wij zijn dus ver verwijderd van Hölderlins oorspronkelijke republikeinse, ja jakobijnse gezindheid. Hölderlin bereidt zich voor op een golf van conservatieve en reactionaire politiek.

Onze dichter blijft onverkort vasthouden aan het project van de nieuwe mythologie. Goden zijn inzichtelijk te maken als personificaties van elementaire natuurkrachten en omgekeerd. Het gaat erom door de mythe heen te laten zien hoe die natuurkrachten aan het werk zijn. Hölderlin wil door middel van de mythe de natuur nu ook aan de moderne mens uitleggen.

Voor Hölderlin bestaat de zin van het leven uit een al-eenheidservaring. Leidend kennisinteresse van mijn interpretatie is de vraag welke gestalte het absolute hier aanneemt. Is het nog steeds het blauw van de hemel en de oneindige zee zoals bij Hyperion, de gewenste vereniging met de natuur in de dood door de sprong in de Etna zoals bij Empedocles, of de god in de gestalte van de dood bij Oedipus en Antigone? Is het niet veeleer taak van het openbaar bestuur de mens tegen de natuur te beschermen, de doodsdrift tegen te houden, en de doorwerking van het absolute in het alledaagse leven door middel van instituties vorm te geven? Is de nabijheid van God niet het grootste gevaar en bestaat redding er niet uit hem op de juiste wijze op afstand te houden? Is Hölderlin niet zelf door Apollo geslagen en te dicht bij de zon gekomen? Wat blijft er in dit pamflet over van de revolutie uit geest en liefde die Hölderlin voor ogen stond? Laat ons kijken of deze vorstenspiegel, of dit metapoëtische manifest, of dit metapolitieke programma antwoord op onze vragen geeft en of mijn hypothese klopt dat hier de metafysische vakvereisten voor het openbaar bestuur worden geformuleerd.

In het eerste fragment wordt onderscheid gemaakt tussen wijsheid als inzicht in de waarheid en schranderheid als dat inzicht toe te passen in een bepaalde situatie. Compromissen sluiten en je aanpassen zijn noodzakelijk. Soms moet je als een kameleon de kleur van je omgeving aannemen. Dat kan des te gemakkelijker naarmate je een betere opvoeding hebt genoten en je jezelf ongeacht de situatie trouw weet te blijven. Hölderlin demonstreert dat aan de hand van Jason en diens opvoeding door de centaur Chiron.

Waarheid is niet zo maar iets. Het is niet alleen zaak waarheid van leugens te onderscheiden, maar ook van belang te beseffen dat de waarheid niet altijd gemakkelijk toegankelijk is en dat dwalen hoort bij het proces van waarheidsvinding. Daarover gaat het tweede fragment.

Het derde fragment brengt de wet onder de aandacht als middel om vorm te geven aan het lot en gestalte te geven aan de publieke zaak. Oproer moet worden vermeden omdat het de opvoeding van de kinderen belemmert.

In het vierde fragment is alles blauw. Het gaat over de dolfijn, een vriendelijk dier dat met zijn omgeving samenvalt en het naïeve geluk belichaamt. Het is helemaal in zijn element. Het is een muzisch dier dat zich laat leiden door gezang en door fluitspel. Het is trouw aan zichzelf en zorgt ervoor dat de natuur in zichzelf samenhangt. De dolfijn met zijn oceanische al-eenheidservaring kondigt het volgende fragment aan, het middelpunt en hoogtepunt van onze tekst.

Het vijfde fragment heet Het Hoogste en brengt Hölderlins vertaling van en commentaar op Pindarus beroemde Nomos Basileus fragment. Nomos betekent zowel wet als de landstreek waar de wet geldt. Basileus betekent koning. De wet is daarmee het wezen van en het hoogste principe van waaruit men de maatschappij inricht en bestuurt. Gewoonlijk interpreteert men dit fragment alsof de wet altijd de wet van de sterkste is, alsof het recht altijd het recht van de overwinnaar is en alsof bij de soevereine vorst macht en recht identiek zijn, of je dat nu wilt of niet.

Maar dit is niet Hölderlins interpretatie. Het gaat bij hem niet om de legitimatie van de macht en het gebruik van geweld. Het geweld is nu juist dat, wat door de wet verhinderd moet worden. De al-eenheidservaring is nog steeds van kracht, maar zoals wij van Oedipus en Antigone kunnen leren moet de overheid er voor zorgen dat goden en mensen nu juist niet paren omdat god zich dan in de gestalte van de dood openbaart. Waar het om gaat is tegelijkertijd het absolute te erkennen, en vorm te geven aan de onriskante aanwezigheid daarvan.

Voor Hölderlin bestaat het gevaar uit de nabijheid van god en moet het reddende komen van bemiddelende instituties zoals kerk en staat. Kerk en staat moeten ervoor zorgen dat rechtstreekse ontmoetingen met de goden (lees: met alle vormen van  natuurgeweld) worden voorkomen. De natuur moet in goede banen worden geleid en van haar potentieel vernietigende karakter worden ontdaan. Er moet altijd een grens worden getrokken tussen mensen en goden, een midden tussen hen worden gecreëerd. Wet is middellijkheid. Daarmee is ook gezegd dat openbaar bestuur voor de mens de hoogste en voornaamste taak is.

De volgende twee fragmenten stellen dat als je je hier aan houdt de mensen lang en gelukkig kunnen leven, en dat recht en concrete situatie telkens opnieuw moeten worden doordacht om de wet goed te kunnen toepassen.

Het achtste fragment gaat over Vrouwe Justitia, over Themis. Zij is de moeder van de schikgodinnen die de lengte van ons leven bepalen, en van de uren, de dagen en de jaargetijden die het leven scanderen en van ritme voorzien. Maar zij gaat niet alleen over de tijd, zij gaat ook over de ruimte. Door de wet in te stellen zorgt zij voor gebieden waar rust en orde heersen en waar de mensen zich kunnen vestigen en zichzelf en elkaar kunnen vasthouden.

Het negende en laatste fragment gaat over de overgang van nomadisch naar sedentair leven. Met uitzondering van Chiron, de leermeester van Jason uit het eerste fragment, zijn de centauren ruw en onbehouwen. Op een bruiloft vallen zij de bruid en haar gezellinnen lastig. Het zijn onbeschaafde herders die gewend zijn melk te drinken, maar nu voor het eerst wijn voorgeschoteld krijgen. Ze worden weliswaar dronken, maar met brood en wijn begint de beschaving.

De centaur belichaamt in zijn onbehouwenheid de stroomgeest die wordt getemd door bergen, de bossen en de weiden waardoorheen hij zich een weg moet banen. Zo ontstaan rivieren en daarmee steden waar de mensen zich kunnen vestigen en kunnen blijven wonen. De beschaving ontstaat. Men ziet door het landschap heen de centaur en omgekeerd.

Aan het eind van de les vraag ik de cursisten of zij in trefwoorden kunnen opschrijven wat zij hebben opgestoken van de lessen over Oedipus, Antigone en Pindarus. Ook vraag ik ze of zij nog steeds hetzelfde over het hoogste denken als voor de les over Pindarus. En tot slot vraag ik ze of de illustraties van Marcel Wesdorp ze hebben geholpen in de juiste stemming te komen en de tekst beter te begrijpen.

De week daarop

De week daarop ontvang ik van zeven van de elf cursisten de antwoorden. Ook voegen zij nieuwe vragen over de stof toe:

Cursist I

Bij eerste lezing was mij niet duidelijk wat nu de originele tekst was en het commentaar, waardoor beiden door elkaar heen liepen. Pas na jouw uitleg werd duidelijk dat het gaat om een originele tekst en een commentaar daarop van Holderin.

Ik moet echter bekennen dat zowel bij het lezen als bij de uitleg van de teksten en de commentaren een stroom van woorden voorbij komt, die voor mij geen betekenis krijgen. Ik ben niet geschoold in het analyseren van teksten (wel in het analyseren van technische problemen), waardoor ik de afstand tussen jouw ervaringswereld, na vele jaren studie,  en de mijne, als belangstellende debutant, te groot lijkt om in deze cursus te kunnen overbruggen.

Wat bleef hangen is dat Antigone ingaat tegen de gebruikelijke wereldopvatting van haar tijd. Ik heb recent een HOVO cursus over de geschiedenis van religie gevolgd, waarbij het begrip axiale tijd werd geïntroduceerd. De wending van het denken van het lot van de mens bestemd door de goden naar de mens die zelf nadenkt, als ik zo mag samenvatten. Hier zie ik parallellen tussen beiden.

De afbeeldingen van Marcel Westdorp helpen mij niet om een tekst, die niet begrepen wordt, te begrijpen.

Als amateur toneelspeler vraag ik me af of de essentie van een theaterstuk, waarbij bedekte lagen en gevoel betrokken zijn, door een wetenschappelijke analyserende benadering te vatten zijn.

Cursist II

1. Trefwoorden Pindarus-commentaren:
– Ontrouwe wijsheid; getraind verstand, trouw = balans. Trefwoord: “Eigen weg volgen”
– Over de waarheid; de waarheid heeft dwalingen nodig om waar te zijn (anders was het overbodig). Trefwoord: “Vertrouwen in dwalingen”
– Over de rust; er is structuur (wetten) nodig om rust te creëren. Trefwoord: “Oorspronkelijkheid’
– Over de Dolfijnen; de naïeve al-eenheid. Trefwoord: “Bewustzijn” (dat staat tussen ons en de al-eenheid in).
– Het Hoogste; rechtvaardig recht (de hoogste kennisgrond). Trefwoord: “Zelfreinigend vermogen”
– Ouderdom; hoop in een nog te bereiken staat doet lang leven. Trefwoord: “Eenvoud”
– Het oneindige; subject in gesprek met object VV (“Mezelf uitleef terwijl ik mezelf omschrijf”), hier is een derde nodig “reflect”. Trefwoord: “Leren”
– Asiel; omdat we geen dolfijnen zijn moeten we onze eigen rustplaatsen baren. Trefwoord: “Haven”
– Wat leven brengt; de stroomgeest zal door de bergen (beschaving) breken. Trefwoord: “Onvermijdelijk”

De Pindarus-commentaren beschrijven een eigentijdse situatie. De stroomgeest zal door onze beschaving heen breken: Klimaat en pandemie.
Het water/virussen stromen. Wij mogen onze eigen natuur volgen maar dat doet de natuur ook.

Hypothese (is dit een handleiding voor een bestuurder); zeker dit is een handleiding voor leiders (van persoonlijk leiderschap tot leiderschap van werelden).


De definitie van beschaving is; zij die in evenwicht leven met hoogste kennis en hun stroomgeest.

2. Marcel Wesdorp
– De wereld teruggebracht tot een kale planeet; onze tragedie
– Foto-negatief van wat er overblijft
– Onherbergzaam
De werken van Marcel Wesdorp maken een toekomst zichtbaar die Hölderlin wil voorkomen. 

3. Hoogste streven
“Vitale harmonie”
Dat zijn niet blokkerende conflicten die deze wereld goed doen. Resultaat “vitale harmonie”.
Hölderlin beschrijft een beeld wat de schoonheid van al-eenheid zichtbaar en bereikbaar maakt en tegelijkertijd het bewustzijn wakker maakt over het tegengestelde (de tragedie).

De cursist voegt aan zijn antwoorden drie vragen toe:

1. De teksten over Sophokles en Pindarus zijn prachtig. Het inzicht wat Hölderlin ons geeft is verrijkend. De wijze waarop je ons daarin meeneemt een prachtige toevoeging. Het zijn echter interpretaties. Mijn vraag is of Sophokles dat op deze wijze bedoeld heeft. Wij interpreteren deze teksten vanuit onze referenties en buigen ze naar onze tijd. Zijn deze teksten mooi omdat we ze in deze tijd kunnen verstaan? Hölderlin herschept de oude teksten in zijn vertaling waardoor de teksten als nieuw naar voren treden. Kortom de lezer heeft een belangrijke functie. Jij bent een “herschepper” dat is meer dan een gids. Pas nu kunnen we Hölderlin begrijpen. Behalve schoonheid draagt het ook bij aan begripsverruiming van vandaag.

2. Pindarus; Het oneindige.
De samenhang tussen verstand en recht moet aan een derde worden toegewezen …. Kun je hier nog wat inzicht toevoegen? Wie is deze derde instantie? Een rechtsprekende macht? Is een derde nodig om het ’subjectieve’ te overstijgen?

3. “Leven is dood en dood is ook een leven”. Lastige poëzie. We overstijgen de dood maar ook het leven niet. Ze zijn tot elkaar veroordeeld. Tegelijkertijd is het onmogelijk de dood te kennen vanuit het standpunt van de dood. In deze zin is het een relativering van het leven. De dood wordt aanschouwd vanuit het leven. Deel je dit inzicht?


Ik schreef een klein stukje proza:

Onontkoombaar
sterven
gaat nog
maar
dood zijn is
onnavolgbaar

Cursist III

Mijn antwoorden op de drie vragen:

1 Kennis/bewustzijn en de ‘vrede’ stoelen op geweld

2 Ja nog steeds, nl offeren/schenken.

3 doorheen de onherbergzaamheid

Cursist IV

Hölderlin schrijft in zijn Pindarus commentaar dat ‘het onmiddellijke strikt genomen voor de sterfelijken net zo onmogelijk als voor de onsterfelijken is’. Ik heb hier tijdens de les een vraag over gesteld. Je zei toen dat er sprake is van ‘het onmiddellijke’ als er niks meer tussen de mens en God staat en dat dit ook is wat Antigone en Oedipus overkomt. Zolang bijvoorbeeld de zee of de natuur het symbool is van het onmiddellijke, de al-eenheidservaring, ga je er niet aan dood. Zover is duidelijk. Maar waarom is het onmiddellijke ook voor de onsterfelijken onmogelijk?Je zei tevens in de lesdat Goden op ons bewustzijn zijn aangewezen om zichzelf te kunnen kennen, net zoals wij op de Goden zijn aangewezen. Maar als de goden onsterfelijk zijn, en zij onverhoopt wel met ons samenvallen en hierdoor in de sfeer van het onmiddellijke komen, dan kunnen ze toch niet doodgaan? Of gaat het erom dat ze niet meer door ons en dus ook niet door henzelf gekend kunnen worden waardoor ze hun existentie op een andere manier verliezen? Kunnen de goden dan zonder ons ook geen al-eenheidservaring hebben? Zij zijn toch al al-eenheid?

Vraag nummer twee (en wat deelvragen):

Ik heb zowel de vertalingen van Hölderlin van Sophocles en zijn opmerkingen nogmaals goed gelezen. Ik heb alleen nooit de oorspronkelijke tragedies gelezen (voor zover je überhaupt over ‘oorspronkelijk’ kunt spreken). Ik lees dat Schelling moest lachen bij de vertaling van Hölderlin, maar in hoeverre wijken zijn teksten dan af? Ik heb op Wikipedia gekeken naar de ‘normale’ indeling van Antigone en daar kom ik tegen dat er 5 bedrijven zijn. Ik zie in de Sämtliche Werke dat de indeling van Hölderlin anders lijkt te zijn. Wijkt zijn vertaling af qua ritmische onderbreking, qua catastrofe, of qua structuur? Of wijkt hij qua inhoud van het verhaal af? Welke oorspronkelijke literaire tekortkoming ziet hij in de tragedies en hoe corrigeert hij deze dan precies? Ik heb helaas veel te weinig kennis om dit echt goed te begrijpen.

De derde vraag is of ik nog steeds hetzelfde denk over ‘het hoogste’ na het lezen van zijn fragment over Het Hoogste. Daarbij heb ik twee vragen die door elkaar heen spelen:

Wat zie ik als mijn hoogste taak?

Is er zoiets als het hoogste en zo ja, hoe zou ik dat dan omschrijven?

Op beide vragen heb ik geen antwoord. In Empedokles vraagt Pausanias of ‘alles dan gelijk in waarde is’. Vervolgens antwoordt Empedokles dat dit de tijd is waarin de koning er niet meer is. (Erster Entwurf. MA I, p. 818) Je kunt zeggen dat er hier sprake is van een breuk in de geschiedenis waarin ‘het hoogste’ verdwijnt. Ondanks die breuk kijken we nog steeds naar twee afgronden. Als we samenvallen met het absolute, paren met de Goden, dan overleven we dit niet. (commentaar Oedipus, paragraaf 3). Maar het niet zijn met de goden is ook geen pretje. Empedokles zegt, nadat hij heeft ingezien zich schuldig te hebben gemaakt aan ‘nefas’ door te spreken over iets waarover gezwegen moet worden en hierdoor het goddelijke dat in hem stroomde te hebben verloren: ‘Alleen te zijn, zonder de Goden, is de dood’ (Zweiter Entwurf MA, band I p.856). Precies in deze breuk, bij deze afgronden leven we. Of in ieder geval leef ik. Ik word hier niet somber van, het zorgt eerder voor een verlangen waarbij het altijd onduidelijk is waarnaar het verlangt. Dit verlangen spreekt in poëzie, muziek of andere kunsten. Dat is fijn en vreselijk op hetzelfde moment. Maar goed, er is mij nooit een lieflijk rozentuintje beloofd.

Wat betreft de foto’s van Marcel Wesdorp: ik las ergens een zin van Kester Freriks over Hölderlin waarin stond dat Hölderlin ‘s werelds uit licht en schaduw is geweven, diepe schaduw en hel licht. Iets wat ik ook op de foto’s zie.

Cursist V

Oedipus ‘’Doordat de mens en de god elkaar wederzijds verraden krijgt het mens zijn ook een eigen gestalte, een specifiek eigen karakter’’. Volgens mij verraadt God niet. Het lot is onverstoorbaar. (zie Pindarus) We zullen het lot moeten herkennen en erkennen. God is het absolute en wij herkennen het door het lot.

“”Antigone maakt zich niet los van het lot”” .Ze neemt het lot heel serieus. Wat belangrijk is hoe ze zich verhoudt tot het lot, de dood van haar broer. Ze kan het negeren, ze kan rationaliseren, het is gebeurt omdat ……, ze kan zich uitputten in woede of verdriet. Wat zij doet is op grond van haar emotie een rationele beslissing nemen, een keuze maken en besluiten hem te begraven en neemt de gevolgen op de koop toe. Inderdaad doordat zij een beslissing neemt, wordt haar standpunt duidelijk en neemt ze verantwoordelijkheid voor haar standpunt.

“”Zij bekijkt de maatschappij niet vanuit het standpunt van de dood””. Volgens mij kan het net zo goed een ander thema zijn, nu is het toevallig de dood. Zij wil haar broer begraven. Kreon, de heersende norm in de maatschappij, belet haar dat. Daar gaat ze niet mee akkoord en Kreon accepteert dat niet. Clash van 2 opvattingen. Kreon had ook kunnen zeggen als het zo belangrijk voor je is, ga je gang. De koppigheid van Kreon maakt dat het haar dood wordt. Ook haar koppigheid, het belang dat ze hecht aan het begraven van haar broer, dat hem recht gedaan wordt, advocaat voor hem te zijn, maakt dat het haar dood wordt.

“”Wij willen geen inzet hebben en ook geen inzet zijn””. Daar heeft Holderlin wel een punt. Willen we trouw zijn aan ons standpunt, ook als de dood er op volgt, of worden we loyaal aan heersende standpunten uit behoud van ons leven. Als iemand ons na aan het leven staat, dan moeten we overleven en dan kom je in overlevings-strategieën terecht. Fight, flight freeze. Terug vechten (boos worden), maar met zo een koppige Kreon verlies je dat, vluchten (negeren, rationaliseren) , of bevriezen (verstijfd zijn van verbijstering en schrik). Kreon heeft dan gewonnen, maar deze gebeurtenis is niet opgelost en wordt niet vergeten. (Het bijbel verhaal van het ene bokje dat geslacht wordt, een heilige rite om weer een balans te vinden en het ander bokje dat de woestijn in vlucht. En later plotseling opduikt.)

Inderdaad de tirannie van Kreon, maakt dat er geen enkele ruimte is voor een andere zienswijze. Geen enkele inleving in het standpunt van een ander. Alleen een botte afwijzing van de ander op grond van zijn machtspositie. Inderdaad dan kun je alleen troost vinden in verhalen en gedichten. Holderlin heeft dat gedaan en Agamben brengt dat nu weer in onze aandacht.

Ik vond Pindarus moeilijk al kon ik er wel iets bij voelen. Jouw idee van een vorstenspiegel daar kan ik wel in meegaan. Ik denk echter dat het een beschrijving is van hoe het leven verloopt, levensfasen aangeeft. Dus niet alleen voor vorsten om te leren, maar voor iedereen. Het leven is volgens mij een spiraal. Steeds draai je in een kringetje rond en dan ineens is er een transformatie en dan begint het volgende kringetje.

Door het nog eens rustig te lezen kwam ik tot het volgende waarbij de natuur een spiegel is voor hoe de mens zin geeft aan zijn leven.

3 RUST “”Het derde fragment brengt de wet onder de aandacht als middel om vorm te geven aan het lot en gestalte te geven aan de publieke zaak. Oproer moet worden vermeden omdat het de opvoeding van de kinderen belemmert.””

De wet is een middel om het lot dat onverstoorbaar is, vast te houden, dus het lot mag niet ontsporen, maar moet via een wet in bedwang worden gehouden. Volgens mij zijn wet en lot tegenstellingen. Het lot is onverstoorbaar, het lot is het absolute, en de wet is inderdaad een middel om met het lot om te gaan, maar de wet geeft geen vorm aan het lot. Dus wel gestalte aan de publieke zaak, om het lot in bedwang te houden. Oproer moet worden vermeden, omdat het de opvoeding van de kinderen in de wet belemmert. Kinderen moeten eerst in de cultuur, in de wet worden opgevoed. Die moet je niet in het diepe gooien, daar zijn ze te kwetsbaar voor.

4e OVER DE DOLFIJN de spiegel gladde zee. Dus er is geen wind, geen ruis, dus kun je gewaarworden wat er aan de hand is. Je wordt je gewaar van geluid en van groei van zachte waterplanten, van kwetsbaar leven. De dolfijnen kunnen er spelen. Het is veilig.

5 HET HOOGSTE Hemelse goedheid moet heilig zijn, en aangezien er een kloof bestaat tussen god en de mensen moet god ook verschillende werelden onderscheiden van de mensen. De een kan rustig overdenken wat er gebeurt, de ander wordt angstig, etc.

De mens als kennend wezen moet ook verschillende werelden onderscheiden, want de mens moet de wereld van god leren kennen, door de tegenstellingen te doorgronden. De wet is steeds de grens die gepasseerd moet worden, de tegenstelling die ten grondslag ligt aan de wet moet duidelijk worden en getransformeerd, om dichter bij de heilige wetten te komen van god, de heilige wetten van God. Wetten door kennis verkregen of wetten door ervaring verkregen. “”De wetten houden de levende verhoudingen vast. De kunst doet dat minder””. Vandaar dat Hölderlin de kunst zo belangrijk vindt.

6 OUDERDOM . Je moet wel hoop hebben, in de zin van nieuwsgierig zijn, iets willen onderzoeken. Vandaar dat kinderen moeten steden bezoeken, er op uit trekken. Maar nu in de ouderdom, zie je dat de hoop ook een valkuil is, want de hoop met langzame haast, – de haast van de hoop -, het denken vlot trekt en het leven lang maakt. Hoop betekent al dat er een tegenstelling is. Je wilt iets veranderen. Je moet wel blijven nadenken over de tegenstellingen.

7 ONEINDIGE Hoop is een gevoel, een beweging. Door de wet kom ik mezelf tegen, de wet is als een muur. De kloof tussen recht en verstand geeft tegenstrijdige gevoelens. De samenhang moet je zien te vinden en dat blijft oneindig zoeken, want na iedere transformatie, is het nog steeds niet precies.

8 ASIEL Door herinneringen te delen met anderen die dat ook herkennen en erkennen,”” elkaar in het lot ontmoeten, elkaar herkennen in de tucht””, in de onrust die ze ervoeren, en blij zijn met de houvast die ze nu even ervaren. Je bent bevrijd van je angst of onrust voor een vreemde macht. En het herinnert je aan situaties dat je eerder even rust ervaarde.

Volgens mij staat nergens dat de wet de rust instelt.

9. WAT LEVEN BRENGT

“”Toen de mannen bedwingende kracht van de wijn hadden gedronken””. (over vrouwen zegt Hölderlin niets), “”toen raakten de mannen buiten zinnen.”” “”De aarde streeft omhoog””!! De aarde streeft niet omhoog, de aarde is de bodem, het zijn? (Heidegger) Dan komt er water, de stroom moet de bergketens verlaten. De stroom moet rondzwerven, net als bij de waarheid moet je ook eerst ronddwalen. Er ontstaan holten in de aarde. Het water krijgt een richting afhankelijk van de oevers van droog steen en zand en aarde waarin bomen groeien, totdat het “”water doorbreekt waar de oevers het lichtste samenhangen.”” Het water dat van de bergketens is weggerukt, nu op plekken waar het niet zo droog is, waar de oevers het water niet vasthouden, daar ontstaat een bestemming. Het doelloos leven op de waterplas, zonder richting of fokus wordt verstoord, de ontstane golf verdrong de rust van de waterplas, en de levensstijl van de oevers verandert, en er komt een bestemming, een richting. Je zingt met de stroomgeest. M.a.w. we moeten niet omhoog, maar de aarde weer ervaren. Onderzoeken wat onze standpunten zijn.

M.a.w. we kunnen weer van voren af aan beginnen, naar het kind, die de rotsen lief heeft, de rust lief heeft, maar die steden moet gaat bezoeken. Kinderen moeten ervaring op doen. Hetzij via schranderheid of via ervaring. Er is water, als het water stilstaat in de waterplas is ons leven doelloos. Water staat zelden stil, beweegt steeds en roept ons ( de roep van de zee), het water, ons gevoel, doorbreekt ons rustig bestaan en er komt een focus een richting, de levensstijl is niet meer vanzelfsprekend,

Je zingt met de stroomgeest, de richting van ons gevoel, de ontstane golf, bepaalt het dilemma wat we tegenkomen of ervaren.

Hoogste: Bij Oedipus en Antigone gaat het om een clash van waarden. Hierbij is de clash zo groot en zijn de mensen zo star en koppig dat het tot de dood leidt. Bij familie-opstellingen zie je dan dat deze mensen elkaar weer opzoeken over de dood heen.

Bij Pindarus beschrijft Holderlin met natuurbeelden de rondgang van leven en afsterven en weer tot leven komen in het voorjaar.

“”De revolutie uit geest en liefde””. Door de revolutie leer je over het leven, het leven dat bestaat uit aarde (zijn), water (emotie) en lucht (het denken), en vuur (geest). Zie wat leven brengt 9.

Holderlin was eerst voor de revolutie en zag toen de andere kant van de revolutie, nl de plunderingen, etc. Maar hij zag ook de tegenstellingen en dat alleen liefde uitkomst biedt om hier uit te komen. Vandaar dat hij waarschijnlijk begint met het kind in Pindarus die onvoorwaardelijke liefde, (geen afkeuringen), nodig heeft om te groeien, het kind moet opgevoed worden in de cultuur waar hij of zij woont. Zo niet dan hebben we de ene revolutie na de andere al meer dan 2000 jaar. ”De wetten houden de levende verhoudingen vast. De kunst doet dat minder””. De kunst die in symbolen dingen aan de orde stelt. Een ieder kan het op zijn eigen manier interpreteren.

Het hoogste het absolute is God of welke naam je eraan geeft, Allah of energie en we ervaren dit in ons lot. Er ontstaat een tegenstelling in wat het recht zegt en ons verstand ons zegt. Door de kloof tussen recht en verstand te onderzoeken leren we onszelf kennen. En dat is de zin van het leven.

Durf ik loyaal te zijn aan mezelf of ben ik loyaal aan anderen. Weersta ik de roep van de zee, (het water, het gevoel) of stort ik me in een vulkaan, of wil ik niet meer kijken (Oedipus steekt zijn ogen uit) of kost het mij mijn leven Antigone. Met woorden zullen we nooit een eenheidservaring hebben, woorden scheiden. Te dicht bij God verblindt. Wellicht ben je dan niet meer met je zintuigen onderscheid aan het maken.

Wat betreft de illustraties van Marcel, Westdorp ben ik wat ambivalent, tenzij je wilde laten zien dat iedereen plaatjes anders interpreteert. Daar begint de tegenstelling al.

Cursist VI

1.

Trefwoorden bij de les over Oedipus  De kracht van de natuur versus het (innerlijke) bestaan van de mens

Trefwoorden bij de les van Antigone Structurele verandering door gepassioneerde inzet

Trefwoorden bij de les van Pindarus  De zoektocht naar levensbalans en ordening van samenleven. 

2.

De door mij eerder aangegeven trefwoorden over “het Hoogste” liefhebben en solidariteit blijven gehandhaafd met een aanvulling door het streven naar een evenwichtige samenleving

3.

De illustraties van Marcel Wesdorp helpen mij zeker tot een verbeelding passend bij de soms zeer ingewikkelde teksten.

Cursist VII

Wat neem ik mee uit de lessen over Hölderlin?

  • De poëzie komt dichterbij
  • De Griekse mythologie heeft zijn debuut op mijn levensweg.
  • Troost en verzoening met mijn leven. Dit is de reden waarom ik begonnen ben met filosofie.

Een voorbeeld: waarheid heeft inzicht nodig.

Het hoogste?

  • Is en blijft God. God
  • God is het begin en het einde
  • Zijn wil is wet. Zijn wil staat boven de wetten op aarde.

Wesdorp?

Geweldige kunstenaar. Waarom? Hij maakt een voor mij volkomen abstracte materie zichtbaar, indien hij iets abstracts maakt, wat voor mij het onzichtbare reflecteert.

29.03.2021

Ik bedank de cursisten voor hun antwoorden en voor hun nieuwe vragen en geef ik een korte samenvatting van wat zij hebben opgestoken, of ze nog steeds hetzelfde denken over het hoogste en of het werk van Marcel Wesdorp hen heeft geholpen.

Opgestoken heeft men kort samengevat dat de Pindaruscommentaren best wel eens een vorstenspiegel zouden kunnen zijn, dat het in ieder geval een tekst over leiderschap is, maar dat in de grond van de zaak iedereen hiervan kan leren.

Geweld ligt ten grondslag aan het fundament van de cultuur en het is zaak dit geweld te beteugelen zonder het te laten uitdoven. Het gaat erom de energie goed te gebruiken en de  chaos tot orde te transformeren. Het gaat om evenwicht tussen de krachten en de juiste maat.

Tragedie betekent niet voor niets bokkenzang. Er is een link met de bijbel. Antigone en Oedipus zijn de zondebok. Wie vertrouwd is met familie-opstellingen (een volgens mijn eigen ervaring buitengewoon bruikbaar middel om bijvoorbeeld loyaliteiten in een organisatie zichtbaar te maken) ziet hier de kern ervan in een notendop.

Is de opvatting over het hoogste veranderd? Offeren, jezelf wegschenken, dat is voor één cursist nog steeds het hoogste. En hij kan zich daarbij beroepen op Empedokles en Antigone. Ook bij andere cursisten is het antwoord nauwelijks veranderd. Sommigen worstelen erg met deze vraag en kunnen nog geen antwoord geven.

Hoe ziet men Marcel Wesdorp? Hij laat ónze tragedie zien: een kale planeet, een fotonegatief van wat overblijft. Deze onherbergzaamheid krijg je als wij niet doen wat Hölderlin zegt. Hier moeten wij doorheen. Marcel Wesdorp helpt bij de verbeelding van een moeilijke tekst. Hij is een geweldige hulp. Hij reflecteert het onzichtbare en maakt het daardoor zichtbaar.

Een poging enkele vragen van de cursisten te beantwoorden. Wie of wat is bij Pindarus de derde instantie die telkens opnieuw (oneindig) tussen recht en verstand de juiste link moet leggen? Volgens mij is dat de vorst, de leider, de dichter, jijzelf. In ieder geval zegt de tekst duidelijk: ik.

Van wat Hölderlin over de dood zegt gaat een enorme fascinatie uit. Zonder te speculeren, strikt wetenschappelijk, kan men er naar mijn mening in ieder geval over zeggen dat Antigone en Empedocles vanuit de dood naar het leven kijken, en dat de al-eenheidservaring per definitie het leven en de dood omvat.

Heeft Sophokles het zo bedoeld als Hölderlin het zegt en hoe zit het nou met de goden en de al-eenheidservaring? Jochen Schmidt heeft het in zijn editie bij Deutscher Klassiker Verlag over meer dan 1000 afwijkingen tussen Sophokles en Hölderlin. Drie mogelijke verklaringen. Ten eerste wilde Hölderlin iets met Sophokles dat zo niet bij Sophokles staat. Dit type afwijkingen is door Hölderlin zelf geformuleerd in zijn Anmerkungen. Het tweede type gaat terug op de gebrekkige Griekse tekst waarover Hölderlin beschikte. Wij beschikken tegenwoordig over betere edities. En het derde type gaat terug op lacunes in Hölderlins kennis van het Grieks.

De goden staan voor natuurmachten. Slechts in uitzonderlijke gevallen zijn ze er in de gestalte van de dood. Zij bieden niet ieder voor zich een al-eenheidservaring. Apollo is de zon. Daar moet je niet te dichtbij komen. Gelukkig is er Dionysos. Die zorgt met bomen en planten voor verkoeling en schaduw. Ook de goden zoeken de balans en corrigeren elkaar. Zij hebben ons net zo hard nodig als wij hen om tot bewustzijn van zichzelf te komen, en alles wat wij doen is naar Griekse maatstaven op de eerste plaats een schouwspel voor de goden. Daarom is het onderscheid tussen hemel en aarde dragend en moeten wij voortdurend bezig zijn het grensverkeer tussen onszelf en de goden vorm te geven. Hölderlins gedichten gaan over dit grensverkeer, ja – zij zijn het zelf.

De volgende keer behandelen wij Hölderlins gedicht Der Einzige. (11) Om in de stemming te komen laat ik de cursisten de illustraties zien die Bram van Velde bij dit gedicht heeft gemaakt. (12) Wat maken deze litho’s bij hen los?

Kleur die verdwijnt, kleur – vorm – beweging, tors (lichaam).

95 Intensiteit – 96 uitzicht – 97 hechtenis (gevangenschap) -98 ruimte, beweging, van intens naar uitzicht.

95 Tot de kern doordringen – 96 grenzen van het geschreven woord – 97 menselijk gezicht dat op weerstand stoot – 98 naakte vrouw.

Mooi, schoonheid, levensbeweging, onderweg, doorgaande levensbeweging. De rood-zwarte afbeelding: vrouwelijk – de zwarte: mannelijk – de paarse: kinderlijk, de groene: geestelijk; vergeestelijking.

Contrasterende eenheid, 96 doorkijk mooist.

Wereld van vrouwen. Zij stralen zelfgenoegzaamheid uit (in positieve zin). Ik wil erbij horen en er naartoe gaan.

Hele mooie kleuren. Vrouwenlichamen.

Verwarring, indringend, bezinning.

De week daarop

De week daarop krijg ik een mail van cursiste V. Zij schrijft:

Ik had verwacht dat je had gezien dat ik het niet eens ben dat het om een vorstenspiegel gaat, maar om hoe een leven verloopt, levensfasen beschrijft. Uiteraard is een vorst ook een mens en zal hij er van kunnen profiteren. Eigenlijk gaat het bij Hölderlin om te blijven analyseren wat er aan de hand is. Eenheidservaring komt niet voor. Het is wel waar we er naar op zoek zijn, maar nooit bereiken.

b.v. 4 de dolfijnen: hoezo valt de dolfijn samen met zijn omgeving., het naïeve geluk.  Waarom spreekt hij van de spiegel blanke zee en wat worden we gewaar.

Volgens mij gaat het hier meer om het laatste. Er is geen wind, er is geen ruis, alleen de dolfijnen en de bewegelijke vissen worden we ons zo gewaar. Zij verstoren de spiegel blanke zee. Dat is omdat er zo weinig ruis is  zodat we gewaarworden wie de rust verstoord. Bovendien worden we ons gewaar van de groei van de zachte waterplanten, bv de kwetsbare kinderen

Dus het gaat niet om de samenhang in de natuur, maar om gewaarworden van de natuur, gewaarworden waar verstoring vandaan komt.

Wellicht is het geluk dat doordat er rust is je kunt analyseren wat de oorzaak is van de verstoring van de blanke zee en oog hebt voor het kwetsbare leven. Het leven is overzichtelijker als het niet stormt. Als het redelijk veilig is.

Ik zie de oceanische  al eenheidservaring niet. Hoe rijm je dat met de blanke zee en gewaarworden. En dat ieder wezen zijn eigen toon heeft.

5 het hoogste. “”Koning betekent de hoogste kennisgrond, niet voor de hoogste macht””. Dus koning betekent via kennis de grond ontdekken.  Volgens mij staat er niet dat kerk en staat  de natuur in goede banen moeten leiden. Juist het omgekeerde.  Kerk en staat moeten oog hebben voor de natuur.

Waar gaat het in de metafysica over? Dat de kerk de hoogste is of dat het gaat om het zijn, om de grond, om op de bodem te komen, concepten te doorgronden.

b.v. 6 en 7. Ouderdom en oneindige.

Recht en concrete situatie moeten steeds worden doordacht. Is de concrete situatie niet het absolute? Is het het privilege van de vorst (vorstenspiegel) om daarover na te denken of is dit nu net de zin van het leven en dienen wij allen dit te doen.  De vertraagde ouderdom (langzame haast) met de hoop het denken vlot trekt en het leven lang maakt. Hoop geeft zin aan het leven. Hoop geeft richting.

Oneindige Waaraan moet je je houden, zodat de mensen lang en gelukkig kunnen leven. Volgens mij gaat het om tegenstrijdige gevoelens. Moet je je houden aan de tegenstrijdige gevoelens? “”De oneindige (precies ) met elkaar samenhangen.””

8 asiel Hoe krijg ik rust. Als ik me begrepen voel. Dat is zelden door de wet, maar wel door een ander mens die begrijpt waarom ik me ergens over opwindt. Dat is dan even een rustplaats. Ik krijg ruimte en tijd om ergens over na te denken. Dat kan ook over de wet zijn, waarvoor deze wet nodig is. Is vrouwe justitia hetzelfde als de wet? Wat rechtvaardig is is dat hetzelfde als de wet?

9 wat het leven brengt.  De centaur belichaamt de stroomgeest die wordt getemd door bergen …… Er staat dat de centaur grens stelt aan de omhoog strevende aarde. De centaur zijn de onderwijzers van de natuur wetenschappen. Zij gooien een tafel en de witte melk  om. Gaat het hier letterlijk om witte melk of betekent dit onschuld naïviteit. Het water kreeg zijarmen en koos een richting.

M.a.w de centaur dwingen mensen een richting te kiezen en niet naïef te zijn. Niet witte melk te drinken van moeders. Volgens mij is de centaur het water dat uit de hemel komt en van de bergen. “”De stroomketen die de bergen moest verlaten en dwars door de richting daarvan heen moest breken.”” Het gaat over de spanning tussen water en de aarde, gevoel en met je voeten op de grond komen. Water brengt het leven. Gevoel brengt leven, brengt een richting, een spanning, een dilemma dat doordacht moet worden.

Volgens mij ontstaat de beschaving niet door onbehouwen centaur die door bergen getemd worden, maar beschaving ontstaat door te luisteren naar het gevoel van mensen en dat bodem geven, dat op de aarde neer te zetten. En niet door de aarde omhoog te laten gaan, om het water, de gevoelens tegen te houden. “”de stroomgeest die wordt getemd door bergen””.  De stroomgeest wordt helemaal niet getemd, net als gevoel niet getemd kan worden. Tenzij je jezelf begrijpt, begrijpt wat je aan het doen bent.

Dan nog een opmerking over Antigone. Zij bekijkt de wereld niet vanuit de dood. Haar wens is haar broer te begraven. Daarmee komt ze in conflict met de gek Kreon die haar dat belet.

Je kunt net zo goed zeggen dat Kreon vrouwen geen mening gunt en haar daarom ombrengt.

Ik was eigenlijk verbaasd dat je niet gemerkt heb dat ik het niet met je eens was.  Nu ik er nog eens naar gekeken heb, begin ik nog beter te begrijpen wat Hölderlin zegt.

Ik hoop dat ik nu duidelijker ben dat ik het niet met je eens ben. Maar misschien zie ik het verkeerd.

12.04.2021

Ik bedank de cursiste voor haar uitvoerige mail. Ik vind de focus op levensfasen bij Hölderlin in het algemeen, en in de Pindarus-commentaren in het bijzonder een sterke zet. Het is inderdaad een pedagogisch manifest dat gaat over de ontwikkeling van de mens en het ontstaan van beschaving. De al-eenheidservaring is weliswaar zelden en kortstondig, maar hij komt bij Hölderlin wel degelijk voor. Die ervaring is volgens mij Hölderlins antwoord op de vraag naar de zin van het leven. Helemaal onbereikbaar is zij niet, maar ik ben het met de cursiste eens dat wij er meer naar op zoek zijn dan dat we haar bereiken. Precies dat is waar de hele Hölderlin over gaat.

De gedachte dat rust pas ontstaat omdat men zich begrepen voelt is zeker ook een gedachte van Hölderlin. Alleen de mensen kunnen rust niet alleen op eigen kracht en ook niet in gemeenschap met elkaar tot stand brengen. In alles wat zij doen zijn zij aangewezen op de goden. Die moeten hen helpen. Themis helpt de mensen de plek te vinden waar zij zich kunnen vestigen en vasthouden. Themis baart de asielplaatsen. De mensen zijn niet alleen op elkaar, zij zijn vooral ook op de mythe aangewezen. Geen maatschappij zonder natuur. Geen politiek zonder mythe. Geen orde zonder goden. Dat is tenminste wat Hölderlin zegt. Of wij het daarmee eens zijn, is natuurlijk weer iets anders.

De laatste les is een hoorcollege over Hölderlins hymne Der Einzige (zie noot 11). Niet iedereen is door Bram van Veldes litho’s geholpen Hölderlin beter te begrijpen, maar het is fijn te beseffen dat Nederland door deze kunstenaar een plaats heeft in het Hölderlin universum, en veel cursisten zijn het met mij eens dat Bram van Velde een eigen museum verdient.

Aan het slot van de cursus bedank ik de cursisten voor hun inzet en geduld. Hölderlin is moeilijk en het valt niet mee je zelfbeheersing te bewaren wanneer je met hem bezig bent en beter zou willen begrijpen wat hij bedoelt. Niemand is driftig geworden.

En dan wijs ik nog op mijn cursus over Nietzsche en het nihilisme die op maandag 13 september 2021 bij HOVO Utrecht begint en op zes achtereenvolgende maandagen wordt gegeven op locatie in Utrecht.

Noten

1.

Rüdiger Safranski: Hölderlin. Biografie van een mysterieuze dichter, Amsterdam en Antwerpen 2020.

2.

Zie www.bewijsbaremythen.weebly.com. Zie ook www.marcelwesdorp.com. Hartelijk dank aan Marcel Wesdorp voor de vriendelijke toestemming Bewijsbare Mythen # 4 en # 5 (beide 2018) op te nemen.

3.

Zie Eric Bolle: Weerloos raad geven, oorspronkelijk in Wijsgerig Perspectief 2010|4 en hier op deze website.

4.

Giorgio Agamben: Wie zijn wij? De epidemie als politiek

5.

Anton Simons: Gewoon leven – Voorbeeld Hölderlin

6.

Marcel Wesdorp: Hölderlin. A graphic novel met onder andere mijn vertalingen van Hölderlins stukken over Sophocles en Pindarus, en mijn beschouwing over Het Hoogste.

7.

Giorgio Agamben: Waar gaat het met de wetenschap heen?

De website van Starfish Books vind je hier.

8.

Anton Simons: Alle wegen leiden naar een beetje vriendelijkheid – Weer Hölderlin op Simons’blogspot Ideeën.

9.

Elisabeth Lockhorn (samenstelling en inleiding): En blauw zal alles zijn. Een bloemlezing, Amsterdam 2020.

10.

De website van Filosofie-Tijdschrift vind je hier. Die van HOVO Utrecht hier.

11.

De tekst van mijn hoorcollege over dit gedicht staat op deze website, Het Absolute, en vindt u hier.

12.

Deze illustraties staan op de website met de catalogus van het complete grafische werk van Bram van Velde en vindt u hier.

Bibliografie

De volgende literatuur heeft bij het voorbereiden van de colleges en tijdens de discussies een rol gespeeld:

Hyperion live voorgelezen door Wolfgang Tischer

Hölderlins gedichten met commentaar van Jochen Schmidt

Hölderlins proza en zijn stukken over Sophocles en Pindarus met commentaar van Jochen Schmidt

Jochen Schmidt over Hölderlins geschichtsphilosophische Hymnen

De Münchner Ausgabe, de uitgave die Safranski citeert als betaalbare Jubileumsuitgave

Heike Bartel over de Pindarus fragmenten

Michael Franz over de Pindarus fragmenten

Monika Kasper over de Sophocles opmerkingen

Giorgio Agamben over Hölderlins antitragische Wendung

De Revisor 1987|2 over Hölderlin in de DBNL

Stefan Zweig: Der Kampf mit dem Dämon. Hölderlin, Kleist, Nietzsche

Ludo Vebeeck over Hölderlins Antigone-vertaling

Over de auteur

Dr. Eric Bolle (1954) promoveerde in 1981 aan de Universiteit van Amsterdam over Nietzsche. In 2016 verscheen bij ASP Editions in Brussel zijn boek Hölderlin en Heidegger. Een andere aanvang voor de filosofie.